Stoïcijn: Lissabon negentienhonderd en vijf en dertig
27/04/2012 | Door Kees Engelhart | Gepubliceerd in columns | Tags: Pessoa
Engelhart zit aan tafel. Het is half april. Deze middag heeft Engelhart zijn advocaat bezocht en schenkt zich tevreden een calvados in. Het loopt tegen negen uur in de avond en het wordt tijd om een intrigerende fotografie, afgedrukt in wit en zwart, eens aan een nader beschouwelijk onderzoek te onderwerpen. Daar heeft Engelhart nu eens echt zin in. Ter ondersteuning en verhoging van zijn affiniteit met de tijdgeest van de foto, beluistert Engelhart de kleine samenstellingen uit de jaren dertig van Benny Goodman, waar hij zo dol op is.
Kijk!
Daar staat Pessoa alleen aan een bar in een café. Pessoa neemt juist een slokje wijn uit een glas dat Pessoa met de rechterhand naar zijn mond heeft gebracht. Zijn linkerhand heeft Pessoa in zijn pantalon gestoken, het wit van Pessoa zijn overhemd steekt duidelijk af tegen het zwart van Pessoa zijn colbert en Pessoa zijn zwarte pantalon.
Engelhart bedenkt zich dat hij voor zover hij weet nog nooit iemand ontmoet heeft die dronk, terwijl hij of zij de andere hand in de broekzak hield. Zoals Pessoa daar staat, Engelhart vindt het vreemd.
Pessoa staat kaarsrecht en drinkt in gedachten verzonken. Geen echt professionele drinker, eerder een fatale drinker wiens drinken de enige weg uit nog is. Het is ook geen slokje dat Pessoa neemt, het is een teug. Zijn zwarte pak en bruine hoed staan Pessoa goed. Achter Pessoa staat een rij flessen en onder die rij wijn en/of portvaten. Clarete, leest Engelhart op een van die vaten. Hij lijkt ook wel ongeschoren deze dag, wat zeer ongebruikelijk voor Pessoa is. Zijn overhemd is smetteloos wit, maar het overhemd zit niet helemaal goed, alsof er wat knoopjes verkeerd geknoopt zijn.
Boven Pessoa is een plaquette, een ronde, te zien waarop een zwart scheepje met witte zeilen te aanschouwen is, dat ergens naartoe vaart.
Buiten donkert het, Engelhart sluit het boek waarin de foto ter illustratie opgenomen is.




