HANTA

Literatuur en meer

  • Home
  • Over Hanta
  • Contact
  • Privacy statement
  • Columns
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Blog
  • Meer
    • Liliane leest
    • Kettinglezen & rijgschrijven
    • Mediamoment
    • Sportzomers en -winters!
    • Zomergasten
    • Thuisblijfreizen
    • Bouke’s blues
    • Proza
    • Poëzie
You are here: Home / Alles / (non-)fictie / recensies / poëzierecensies / De tuin van de Franse poëzie – Paul Claes

De tuin van de Franse poëzie – Paul Claes

21/06/2011 by Bouke Vlierhuis Leave a Comment

Merci, Paul! Stond er als kop boven de NRC-recensie van De tuin van de Franse poëzie. Een canon in 100 gedichten. Zelf had ik dat al vaak gepreveld als ik weer eens een van de drie banden in handen had van het verzameld werk van Rimbaud, tussen 1998 en 2000 in vertaling van Claes verschenen. Ik bezit een aantal Rimbaud-vertalingen maar niemand weet, in dat lompe, Germaanse rocheltaaltje van ons, zo dicht bij de Franse muziek te komen als Claes.

Dat schept blijde verwachtingen als er dan zo’n dik boek verschijnt met 100 Franse (correcter: Franstalige, want de Walen mogen dit keer ook meedoen. De overzeese francofonen dan weer niet) gedichten.

Claes geeft ons trouwens niet alleen het originele gedicht en zijn vertaling, maar ook voor iedere auteur een pagina inleiding en voor ieder gedicht beknopt commentaar, iets over de nawerking en details van de vindplaats.

Dat leidt er wel toe dat er voor 100 gedichten een boek van meer dan 400 pagina’s nodig is. Een beetje jammer is dat wel, vooral omdat je van de meeste dichters maar één gedicht krijgt. Goed, die keuze heeft Claes nou eenmaal gemaakt en de taak van een bloemlezing als deze is toch vooral ook om breed te zijn en aanknopingspunten te bieden voor meer leesplezier, maar bij René Char bijvoorbeeld wordt het wel erg bont: Claes kiest zijn ‘Le loriot’, een gedicht van drie regels. Drie regeltjes Char in een boek van 440 pagina’s? Alors, Paul!

Gelukkig staan er natuurlijk veel mooie dingen wél in. Zoals de middeleeuwse vermaaksverzen die bedoeld waren om te worden voorgedragen en die nu, door de sprankelende vertaling, nog steeds om te lachen zijn. Of de renaissance-sonnetten van Louise Labé, met hun onweerstaanbare muziek: ‘Kus mij, kus mij opnieuw en blijf me kussen’. Of een lofzang op de koffie (‘godendrank die dichters hoog waarderen’) van de blinde dichter Delille uit 1809. En natuurlijk de gouden tijd van de decadenten: Baudelaire, Verlaine en Rimbaud.

Maar eigenlijk is de echte bloeitijd van de Franse poëzie een latere tijd, als zij het symbolisme vaarwel zegt en de surrealisten zich laten horen. Perse, Cocteau, Éluard, Breton, Aragon: dat is het echte vuurwerk in deze Tuin der Franse poëzie.

Claes maakt duidelijke keuzes waar het de vertaling betreft. Zo behoudt hij overal het rijm, ook waar dat inhoudelijke ingrepen vereist. Meestal is het resultaat uitstekend, met als altijd de geruststellende uitzondering van de volstrekt onvertaalbare klankdichter Verlaine.

Wie bloemlezingen niet als definitieve verzamelingen ziet, maar als de poort naar nog meer lezen, komt via deze Tuin op zeer plezierige wijze de Franse poëzie binnen.

Athenaeum, Polak & Van Gennep, 2010
ISBN 978 90 2536 7978
488 p., € 32,50

Misschien ook interessant:

  1. Billy Collins / Kees van Kooten – Zo wordt u gelukkig
  2. Ik ben niet gek! (ik ben een gedicht) – Chrétien Breukers en Frank Pollet (samenst.)
  3. In omgekeerde richting – Bernlef en Hans Tentije
  4. Zacht gezicht aan zacht gezicht – Corrie Joosten en Coen Peppelenbos (samenst.)

Filed Under: poëzierecensies Tagged With: Franse poëzie, gedichten, Paul Claes, poëzie, vertaling

Leave a Reply Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Zoeken

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Nieuwste berichten

  • In Watou is Woutje weggestemd
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (4/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (2/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (1/4)

Spotlight

Auteurs

  • Liliane Waanders

Meest gelezen deze week

Tags

Abdelkader Benali Adriaan van Dis Arnon Grunberg beeldende kunst boek boeken boekenweek Cees Nooteboom column De wereld draait door dood dwdd film fotografie gedicht Ilja Leonard Pfeijffer Jan Brokken journalistiek K.Schippers kunst lezen literatuur Louise O. Fresco Marguerite Duras Oek de Jong Olympische Spelen Poetry International poëzie recensie roman Rotterdam schrijven sportzomer sportzomer 2012 sportzomer 2013 sportzomer 2014 stoïcijn tennissen Tour de France vertalen Virginia Woolf voetballen wielrennen William Shakespeare zomergasten

Zoeken

Volg Hanta

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Hoofdmenu

  • Home
  • Over Hanta
  • Columns en beschouwingen
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Meer
  • Contact
  • Privacy statement

Rubrieken

  • Liliane leest
  • Kettinglezen & rijgschrijven
  • Mediamoment
  • Sportzomers en -winters!
  • Zomergasten
  • Thuisblijfreizen
  • Bouke’s blues
  • Proza
  • Poëzie

Net binnen

  • In Watou is Woutje weggestemd
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (4/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)

Archief

Auteurs

  • Liliane Waanders

Copyright © 2026 · News Pro Theme on Genesis Framework · WordPress · Log in

Hanta gebruikt cookies. Omdat een blog runnen zonder nou eenmaal niet kan. Wilt u geen cookies, zie dan de instructies hier: Meer over cookies Ok, ik snap het
Privacy & Cookies
Necessary Always Enabled