Als ze zestien is, wordt ze verliefd op een dode dichter. Waar klasgenoten filmsterren verkiezen, valt zij voor George Gordon Byron. Zij leert hem kennen op bladzijde 130 van haar Highroads to English Literature. Daar staat hij statig starend. Ik zie wat haar trof: de aristocraat, de estheet, de mooie jongen. Het waren ‘his looks’.
Zijn gedichten kent ze dan nog niet. Hij verovert haar regelgewijs en begint met My hair is grey but not with years, nor grew it white in a single night en I stood in Venice on the Bridge of Sighs, a palace and a prison on each hand – oneliners avant la lettre.
Haar liefde voor Lord Byron houdt al een leven lang stand. Ze verliest hem nooit uit het oog. Zijn gekrabbelde zinnen, krullende lokken, zelfs de velletjes door een minnares van verbrande schouders geplukt wil ze zien en aanraken. Later wijdt ze – gezegend als ze is met een romantische ziel en aanleg tot nostalgie – een gedicht, het enige dat van haar bekend is, aan hem: L.B.
In steen zoek ik hem / in lucht, in water, / maar hij versteent, / vervluchtigt, verwatert// Voetzoeker, speurhond / visser, ben ik van hem, / maar wat wordt / hij van mij?// Hij laat me vissen / in mijn kruitdamp / mijn luchtbel, mijn bron / hij mijn bron.
In zijn spoor treedt ze, ook letterlijk. Van Ioanina in Epiros naar Tepelenë in het land van de Skipetaren reist ze te vuur en te paard naar een oord dat tot haar verbeelding spreekt. Een reis in het tempo van toen. Louter om het onderweg zijn.
Ze doet verslag, nu ook in de taal van haar dode dichter. Daar heeft ze zich jaren voor ingespannen. Eindelijk kan ze Byron thuisbrengen. Ze gaat en laat zich de aandacht welgevallen. Zij, gevierd schrijver in eigen land, legt uit hoe de liefde gegroeid is. Verhaalt over ontberingen in vreemde streken, omwille van haar dichter. Getuigt van haar betrokkenheid bij mensen die wonen in een wereld aan de rand van toetreden tot de tijd.
Ze doet haar uiterste best, maar is uitgeleverd aan vitters die hun rechten claimen op de dode dichter. Hij is niet haar maar hun dichter. Ze zijn zijn hoeders. Ze weten alles. Zij mag het niet beter weten.
De ophef duurt een paar dagen, meer dan een storm in een glas water is het niet.
Leave a Reply