Bonita Avenue van Peter Buwalda, Congo: een geschiedenis van David van Reybrouck, Déjà vu van Esther Verhoef, Vaslav van Arthur Japin, Wij zijn ons brein van Dick Swaab en Zomerhuis met zwembad van Herman Koch. In de ogen van boekverkopers en bibliothecarissen zijn dit de zes populairste boeken van het afgelopen jaar.
Hoe die uitverkiezing tot stand kwam? Ik vermoed dat het een kwestie is van verkoop- en uitleencijfers. Het is eenvoudiger te meten dan te weten. Hoe dan ook: deze populaire boeken verdienden een nominatie voor de NS Publieksprijs.
De essentie van een publieksprijs is dat de stem van de lezer de doorslag geeft. Stemmen kun je – dat weten we uit de politiek – winnen door campagne te voeren en daar zijn sommige schrijvers en uitgevers niet vies van. De wereld draait door stelde de stemmenwerverij van Arthur Japin ter discussie in de rubriek De jakhalzen van 11 oktober jongstleden.
Voornaamste punt van kritiek: Japin richt zich niet op mensen die zijn boek gelezen hebben, maar probeert mensen waarvan verwacht mag worden dat zij affiniteit hebben met het onderwerp van zijn roman voor zich te winnen. Vaslav is de danser Vaslav Nijinski en dus kregen onder andere balletacademies een brief met het verzoek op Vaslav te stemmen.
De wereld draait door had een punt, maar verspeelde een dag later met terugwerkende kracht haar recht van spreken. Aan tafel zaten lovende lezers van het boek van Peter Buwalda en die waren daar door de redactie neergezet om reclame te maken – dat werkte, menig boekhandelaar moest in de loop van de volgende dag nee verkopen – en stemmen te werven.
Met de finish in zicht zette De wereld draait door de eindspurt in en probeerde en passant Arthur Japin een loer te draaien.
Het kleine en het grote stemmenwerven legt de zwakte van de NS Publieksprijs bloot: een boek kan ongelezen winnaar worden. Omdat ‘de meeste stemmen gelden’ kan de prijs voor het in de ogen van lezers populairste boek gekaapt worden door lezers, maar ook door niet-lezers. Een massa mobiliseren is voldoende.
Het zou niet de eerste keer zijn dat de democratie de NS Publieksprijs parten speelde. In 2005 werd de nieuwe vertaling van de Bijbel dankzij een lobby vanaf de kansel de competitie binnengeloodst, om vervolgens de prijs ook daadwerkelijk in de wacht te slepen. Toen voelde de CPNB zich geroepen de reglementen aan te passen. Om te voorkomen dat anderen dan lezers de competitie naar hun hand zouden zetten – of was het om te voorkomen dat een ander boek dan de volgens een niet helemaal heldere procedure genomineerde titels kans zou maken – werd een veiligheidsclausule ingebouwd. Nooit meer zou een boek de prijs winnen dat alleen door de massa maar niet door een kernjury populair genoeg bevonden zou worden.
Aan die clausule had de CPNB nu niets gehad, want Bonita Avenue was één van de zes genomineerde titels.
Zelfs zonder grootschalige manipulatie is het een illusie om te denken dat het winnende boek van de NS Publieksprijs is wat het heet te zijn: ‘Boek van het Jaar’. Wie garandeert immers dat de genomineerde titels, zo ongelijksoortig van aard, de zes populairste boeken zijn? Bovendien: niet iedereen die na het lezen van één van de genomineerde titels enthousiast geworden is, voelt de behoefte via een stem kenbaar te maken genoten te hebben. En, zoals al geschreven: niet iedere stem is uitgebracht door een waarachtige lezer.
Dat het reglement van de NS Publieksprijs niet waterdicht is doet er natuurlijk niet toe zolang de genomineerden, in dit geval Buwalda, Japin, Koch, Swaab, Van Reybrouck en Verhoef in gelijke mate bevoor- of benadeeld worden.
Op 19 september, twee weken na de bekendmaking van de nominaties, stond de teller op 40.000 uitgebrachte stemmen. Op 6 oktober hadden 53.000 ‘lezers’ hun voorkeur uitgesproken. Als tussen 6 oktober en de sluitingsdatum – het middernachtelijk uur dat de overgang van de 13e naar de 14e oktober markeerde – dat aantal buitenproportioneel zou zijn toegenomen, is dat voor een belangrijk deel terug te voeren zijn op de aandacht die De wereld draait door die week tot twee keer toe aan de NS Publieksprijs besteedde.
Aan het begin van die slotweek ontliepen de twee koplopers elkaar weinig, meldde de CPNB. Ook dat is natuurlijk een marketingtruc om mensen alsnog te bewegen te stemmen.
Op 17 oktober werd de winnaar bekend gemaakt. Voor het tweede achtereenvolgende jaar ging de prijs naar een literaire thriller. Van de 66.000 uitgebrachte stemmen ging 20,3 procent naar Déjà vu van Esther Verhoef.
In 2010 ging de prijs voor de eerste keer naar een literaire thriller. Toen won Simone van der Vlugt. Haar Op klaarlichte dag kreeg 25,49 procent van de bijna 33.000 stemmen.
Dit jaar twee keer zoveel stemmen, maar een minder uitgesproken winnaar dan vorig jaar. Omdat de CPNB alleen het aantal stemmen, de winnaar en het percentage stemmen dat op die winnaar is uitgebracht publiek maakt, blijft het speculeren welke invloed de aandacht van De wereld draait door in de laatste week dat er gestemd kon worden op de uitslag heeft gehad.
Wat met zekerheid gezegd kan worden is dat die invloed niet zo groot was dat de favoriet van de redactie ‘Boek van het Jaar 2011’ werd en dat er in de laatste week net zoveel stemmen zijn uitgebracht als in de ruim twee weken daarvoor.
Aandacht lijkt dus te lonen, maar gerichte aandacht is geen garantie voor succes. Meer valt er niet te concluderen zolang niet bekend is hoe vaak er op Peter Buwalda gestemd is en wanneer die stemmen zijn uitgebracht. Maar het is een geruststellende gedachte dat een publieksprijs die uit moet maken wat het beste boek van het jaar is niet zomaar ten prooi valt aan niet-lezers. Dat niet alles wat De wereld draait door aanraakt goud wordt.
Leave a Reply