Wie de tijd heeft om de proef op de som te nemen, kan constateren dat er publieke personen zijn die voor televisieprogramma’s grager geziene gasten zijn dan anderen. Kader Abdolah is zo’n grager geziene gast. Kader Abdolah die Kader Abdolah speelt en over zichzelf spreekt in de derde persoon en dus niet ik zegt als hij zichzelf bedoelt maar Kader Abdolah.
Die Kader Abdolah zat ter promotie van zijn nieuwe boek Zeesla en de lepels van Alice in één week bij zowel De wereld draait door, bij De halve man en op de na één seizoen al tot een begrip geworden paarse bank van Jinek op zondag, en overal vertelde hij hetzelfde verhaal. Het verhaal over hoe hij, Kader Abdolah, de ziel van het Nederland heeft bloot- en vastgelegd door op de koffie te gaan bij Nederlandse wetenschappers en uitvinders om hun geest te doorgronden. Kader Abdolah heeft geen last van valse bescheidenheid. Ook niet van bescheidenheid trouwens.
Waar Kader Abdolah ook komt, hij maakt het anderen moeilijk. Voor presentatoren is er geen eer aan Kader Abdolah te behalen. Hun vragen ketsen af op het aangemeten imago dat Kader Abdolah heet en vragen vriendelijk in ontvangst neemt om daarna het ingezette betoog te vervolgen.
Zit je als tafeldame tegenover of als gast naast Kader Abdolah, dan kun je alleen maar lachen – want Kader Abdolah is een clown; bewonderend zwijgen – want Kader Abdolah beheerst de kunst van de retoriek tot in de puntjes, of meewarig kijken – want hoogmoed moet toch ooit voor de val komen.
En het publiek? Geloven zij hem nog of nemen zij Kader Abdolah inmiddels voor lief? Hoe alomtegenwoordig kun je zijn zonder dat sprake is van een overdosis?
Leave a Reply