Op bladzijde 124 van Euforie, de nieuwe roman van Christiaan Weijts, staat: ‘Vermeer verstaat z’n naam niet goed, en krijgt alleen mee dat ze met een professor doctor meester van doen hebben. Die had er bouwkunde bij moeten doen, denkt Vermeer. Dan had hij prof.dr.mr.ing. op z’n deur kunnen zetten, zoals een zeer beroemde schrijver dat als jongen had gedaan.’
Die ‘zeer beroemde schrijver’ is natuurlijk Harry Mulisch. Op de deur van zijn jongenskamer stond: ‘Laboratorium prof. Dr. Mr. ir. H.K.V. Mulisch Esq. Deur sluiten Stilte’ Zo staat het in Zelfportret met tulband, opgenomen in Voer voor psychologen.
Achter die gesloten deur werd nagedacht, en dat resulteerde onder andere in Moderne Atoomtheorie voor iedereen, geschreven in het jaar dat Mulisch veertien was en vijftien werd.
Uit het voorwoord: ‘Dit boek bestaat gedeeltelijk uit een verzameling van de verschillende populaire publicaties die er op het gebied van de atoomtheorie verschenen zijn.
Aangezien ik vond dat het hier en daar wat te ingewikkeld, of te oppervlakkig was, heb ik gemeend een boekje te moeten samenstellen, dat door iederen leek die lezen en zijn verstand gebruiken kan te begrijpen is.
Hier en daar heb ik er zelf iets aan toegevoegd, waarvan ik meende dat het niet gemist kon worden. (…)
Omdat ik zelf nog maar een jongen ben, dus geen vakman, en omdat het mijn eerste boekje is, begrijp ik wel dat het veel kritiek uit zal lokken.’
Dat was wat De ongeloofelijke avonturen van Bram Vingerling van Leonard Roggeveen bij de jonge Harry Mulisch teweegbracht.
Leave a Reply