Kunst kijken kan een vermoeiende bezigheid zijn. Als een werk weinig aanknopingspunten biedt om de blik te leiden en er dan ook in mijn hoofd geen verbanden gelegd worden, is de kans groot dat ik doelloos door zalen ga lopen dwalen en uiteindelijk gefrustreerd het museum verlaat.
Hoe kunst kunst ook is, soms is de verleiding groot om te denken: dat kan een klein kind ook. Maar ik weet teveel van kunst om me die gedachte te kunnen veroorloven. Maar ik snap wel dat er mensen zijn die dat denken. Soms is er geen touw aan kunst vast te knopen. Soms lijkt het alsof een kunstenaar zomaar wat aan rotzooit.
Kennis nemen van de kunstgeschiedenis wil nog wel eens helpen om begrip te krijgen voor wat een kunstenaar doet. Met die intentie begon ik aan Dat kan mijn kleine zusje ook: waarom moderne kunst kunst is van Will Gompertz. Ik was er nog maar net in begonnen toen de Thalys me zonder vertraging naar Parijs bracht. Ik had het hoofdstuk over Marcel Duchamps Fountain en die over het pré-impressionisme en het impressionisme al gelezen toen ik het Musée d’Orsay betrad.
In dat museum hangen ze: de toonaangevende impressionistische werken, maar ik zag ze niet. Ik bekeek de symbolisten in de rechtervleugel, de Van Goghs in de collectie en de beelden in de centrale ruimte. Maar vlak voor ik het museum verliet, wipte ik nog even binnen bij Édouard Manets Olympia (1863).
‘Het schilderij was ook nu weer doorspekt met kunsthistorische verwijzingen en beeldde een naakte vrouw af. In normale omstandigheden zouden de Académieleden deze compositie hebben toegejuicht, want ze vonden de klassieke schildering van een geïdealiseerd naakt het hoogtepunt in het oeuvre van een kunstenaar. Maar Manet had zijn naakt niet geïdealiseerd. In feite had hij Titiaans legendarisch mooie Venus van Urbino (1538) genomen en er een lichtekooi van gemaakt.’
Dat dit schilderij van Manet ooit aanstootgevend en provocerend was, is moeilijk voor te stellen als je leeft in een tijd waarin de vraag of iets functioneel naakt is passé is.
‘De bezoekers die het zagen, waren meestal ontsteld. Ze werden onmiskenbaar geconfronteerd met een moderne prostituee, die met een onbeschaamd realisme in de stijl van Courbet was afgebeeld. De donkere achtergrond van het schilderij en de weinige decoratieve schilderijen zoals een halsketting en een armband onderstrepen Olympia’s naaktheid alleen maar. Nog los van Olympia’s uitnodigende blik was het schilderij doorspekt met verwijzingen naar seks. De zwarte kat, de uitgetrokken slipper (verloren onschuld), de bos bloemen en de joyeuze orchidee in haar haren verwezen allemaal naar geslachtsverkeer.’
Zouden al die mensen die ook naar dit schilderij staan te kijken dit ook allemaal weten. Waar kijken zij naar?

Leave a Reply