HANTA

Literatuur en meer

  • Home
  • Over Hanta
  • Contact
  • Privacy statement
  • Columns
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Blog
  • Meer
    • Liliane leest
    • Kettinglezen & rijgschrijven
    • Mediamoment
    • Sportzomers en -winters!
    • Zomergasten
    • Thuisblijfreizen
    • Bouke’s blues
    • Proza
    • Poëzie
You are here: Home / blog / De meest onvergankelijke zin uit de Nederlandse literatuur

De meest onvergankelijke zin uit de Nederlandse literatuur

17/05/2014 by Liliane Waanders Leave a Comment

Het huwelijk - Willem ElsschotNiet alleen boeken, maar ook zinnen kunnen cultureel erfgoed zijn. Zinnen nestelen zich in hoofden om daar te pas en te onpas uit te ontsnappen om misschien wel gevleugelde uitdrukkingen te worden. Het Erfgoedplatform van de Open Universiteit probeerde zulke zinnen recht te doen door te zoeken naar de meest onvergankelijke zin uit de Nederlandse literatuur.

Uiteindelijk dongen zesendertig zinnen mee naar die titel, en bleek dit – nadat het publiek zich daarover uitgesproken had – de top 3:

1.         ‘Tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren’ (uit: Het Huwelijk van Willem Elsschot)
2.         ‘Het is gezien’, mompelde hij, ‘het is niet onopgemerkt gebleven.’ (uit: De avonden van Gerard Reve)
3.         ‘Denkend aan Holland / zie ik breede rivieren / traag door oneindig / laagland gaan’ (uit: Herinnering aan Holland van Hendrik Marsman)

Het risico van een ‘Onvergankelijke zin’ zijn, is dat op termijn de context waarin die zin oorspronkelijk stond uit beeld raakt. Daarom hier het gedicht Het huwelijk waaruit ‘Tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren’ gelicht is:

Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.

De eveneens taalvaardige Adriaan van Dis schreef in 1997 met Het huwelijk van Elsschot voor ogen Zo gruwelijk (voor Caroline) opgedragen aan de vrouw die op het punt stond te trouwen met een van zijn vrienden, een gelegenheidsgedicht:

Toen zij merkte dat hij steun zocht bij een wandelstok
en bij het trappenlopen halverwege zitten moest
– het voorhoofd klam en met een nare rokershoest –
toen wist ze: trouw van je leven nooit een ouwe sok.

Ze vloekte binnensmonds en hees haar manlief op
en voelde weer de schaamte voor dat ouwe lijf,
eens had ze het bemind, nu was het stijf,
ook had hij schilfers op zijn kale kop.

En dood gaan deed hij niet, dat ouwe lijk.
Niks kreeg hij meer omhoog, zij moest alles voor hem dragen,
als ze er ook maar iets van zei, begon hij jammerlijk te klagen,
dan beet ze op haar lip, en dacht: ik zet hem aan de dijk.

‘s Nachts snurkte hij en zag ze tanden trillen in een waterglas.
Wie bluste in hun lits-jumeaux haar vuur? Zij zou weer
ongedurig woelen
en meteen na het ontwaken zijn pyamabroek uitspoelen
omdat hij er drie keer uit moest voor een branderige plas.

Maar weggaan dorst ze niet, want wat zij dacht, kon hij zelfs
niet raden.
Hij wist van voren niet dat hij van achter leefde
en als hij naast haar stond en zo aandoenlijk beefde,
begreep ze dat een scheiding nog het meest haar zelf zou schaden.

Zo gingen jaren heen en zij onthield wat hij vergeten zou:
zijn pincode, zijn vrienden en al het lief en leed.
Ze heeft hem jaren zwijgend aan- en uitgekleed,
ze bleef per slot van rekening zijn vrouw.

Als ik naga welke zinnen uit de Nederlandse literatuur zich inmiddels in mijn hoofd genesteld hebben, dan hoort daar ‘Waarom groeit als je groter wordt / Vroeger zo veel kleiner’ uit Nathan Sid van Van Dis zeker bij.

Uit de lijst van zesendertig genomineerde zinnen heb ik mijn eigen top 3 samengesteld:

1.    ‘Jongens waren we, maar aardige jongens’ (uit: Titaantjes van Nescio)
2.   ‘Tom Poes, verzin een list!’ (door Marten Toonder in de mond gelegd van Olivier B. Bommel)
3.   ‘Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten’ (uit: Sonnet van Willem Kloos)‘Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, No 37’ uit (de) Max Havelaar van Multatuli viel net buiten de boot, hoewel ik altijd als ik de Lauriersgracht passeer aan die zin moet denken.

Misschien ook interessant:

  1. Een admiraal, vier leeuwen en een knalblauwe haan
  2. Wim Daniëls ontleedt de fiets
  3. Conny Braam wist nog hoe laat het was (toen Nelson Mandela werd vrijgelaten)
  4. ‘De Fietspad’ van Ciro Abath, te zien op de tentoonstelling ‘Tropisch Koninkrijk’ in de Fundatie in Zwolle

Filed Under: blog Tagged With: Adriaan van Dis, Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan, erfgoedplatform, Het huwelijk, Het is gezien’ mompelde hij ‘het is niet onopgemerkt gebleven, Onvergankelijke zinnen, taal, Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, Waarom groeit als je groter wordt vroeger zo veel kleiner, Willem Elsschot, Zo gruwelijk

Leave a Reply Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Zoeken

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Nieuwste berichten

  • Recensie: Passage Parijs: in het spoor van de schrijvers – Dirk Leyman
  • Lezen over levens: Vondel had een kousenwinkel en Tollens was de baas van een verffabriek
  • Lezen over levens: Hoe ver mag een biograaf gaan?
  • Schrijvers oog in oog met hun publiek
  • Een tipje van de sluier: Joost Oomen over motto’s en covers

Spotlight

Auteurs

  • Liliane Waanders

Meest gelezen deze week

Tags

Abdelkader Benali Adriaan van Dis Arnon Grunberg beeldende kunst boek boeken boekenweek Cees Nooteboom column De wereld draait door dood dwdd film fotografie gedicht Ilja Leonard Pfeijffer Jan Brokken journalistiek K.Schippers kunst lezen literatuur Louise O. Fresco Marguerite Duras Oek de Jong Olympische Spelen Poetry International poëzie recensie roman Rotterdam schrijven sportzomer sportzomer 2012 sportzomer 2013 sportzomer 2014 stoïcijn tennissen Tour de France vertalen Virginia Woolf voetballen wielrennen William Shakespeare zomergasten

Zoeken

Volg Hanta

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Hoofdmenu

  • Home
  • Over Hanta
  • Columns en beschouwingen
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Meer
  • Contact
  • Privacy statement

Rubrieken

  • Liliane leest
  • Kettinglezen & rijgschrijven
  • Mediamoment
  • Sportzomers en -winters!
  • Zomergasten
  • Thuisblijfreizen
  • Bouke’s blues
  • Proza
  • Poëzie

Net binnen

  • Recensie: Passage Parijs: in het spoor van de schrijvers – Dirk Leyman
  • Lezen over levens: Vondel had een kousenwinkel en Tollens was de baas van een verffabriek
  • Lezen over levens: Hoe ver mag een biograaf gaan?

Archief

Auteurs

  • Liliane Waanders

Copyright © 2026 · News Pro Theme on Genesis Framework · WordPress · Log in

Hanta gebruikt cookies. Omdat een blog runnen zonder nou eenmaal niet kan. Wilt u geen cookies, zie dan de instructies hier: Meer over cookies Ok, ik snap het
Privacy & Cookies
Necessary Always Enabled