HANTA

Literatuur en meer

  • Home
  • Over Hanta
  • Contact
  • Privacy statement
  • Columns
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Blog
  • Meer
    • Liliane leest
    • Kettinglezen & rijgschrijven
    • Mediamoment
    • Sportzomers en -winters!
    • Zomergasten
    • Thuisblijfreizen
    • Bouke’s blues
    • Proza
    • Poëzie
You are here: Home / blog / In Uitval citeert Fleur Bourgonje Rainer Maria Rilke

In Uitval citeert Fleur Bourgonje Rainer Maria Rilke

05/12/2014 by Liliane Waanders Leave a Comment

Uitval - Fleur BourgonjeHoewel haar verhaal af is – het manuscript van haar nieuwe boek heeft ze naar haar uitgever gebracht – en de noodzaak de wandeling die tijdens het schrijven tot haar dagelijkse routine hoorde is vervallen, steekt een vrouw op 18 maart 2011 ‘in alle vroegte het Museumplein in Amsterdam over om in het café van het Concertgebouw te ontbijten.’

Tijdens die wandeling gaat het mis. Haar been weigert dienst. Het valt niemand op, alleen een roedel honden komt op haar afgestormd.

Als ze later die dag nadat ze met spoed door de medische molen gegaan is op uitslagen zit te wachten – in een wachtkamer, in een kring – schiet haar een gedicht van Rainer Maria Rile te binnen:

Wachtfeuer. Man sitzt rundumher und wartet.
Wartet, daß einer singt.
Aber man ist so müd.
Das rote Licht ist schwer.
Es liegt auf den staubigen Schuhn.
Es kriecht bis an die Kniee,
es schaut in die gefalteten Hände hinein.
Es hat keine Flügel.
Die Gesichter sind dunkel.
Dennoch leuchten eine Weile die Augen
des kleinen Franzosen mit eigenem Licht.
Er hat eine kleine Rose geküßt,
und nun darf sie weiterwelken an seiner Brust.
Der von Langenau hat es gesehen,
weil er nicht schlafen kann.
Er denkt: Ich habe keine Rose, keine.
Dann singt er.
Und das ist ein altes trauriges Lied,
das zu Hause die Mädchen auf den Feldern singen,
im Herbst, wenn die Ernten zu Ende gehen.

Sagt der kleine Marquis. “Ihr seid sehr jung, Herr?”
Und der von Langenau, in Trauer halb und halb im Trotz.
“Achtzehn.” Dann schweigen sie.
Später fragt der Franzose:
“Habt Ihr auch eine Braut daheim, Herr Junker?”
“Ihr?” gibt der von Langenau zurück.
“Sie ist blond wie Ihr.”
Und sie schweigen wieder, bis der Deutsche ruft:
“Aber zum Teufel, warum sitzt Ihr denn
dann im Sattel und reitet durch dieses giftige Land
den türkischen Hunden entgegen?”
Der Marquis lächelt. “Um wiederzukehren.”
Und der von Langenau wird traurig.
Er denkt an ein blondes Mädchen,
mit dem er spielte. Wilde Spiele.
Und er möchte nach Hause,
für einen Augenblick nur,
nur für so lange, als es braucht,
um die Worte zu sagen: “Magdalena, –
daß ich immer so war, verzeih!”
Wie – war? denkt der junge Herr. –
Und sie sind weit.

Fleur Bourgonje vertaalt in Uitval de eerste zinnen:

‘Wachtvuur. Je zit in de kring en wacht. Wacht tot iemand zingt. Maar je bent zo moe. Het rode licht is zwaar. Het ligt op de stoffige schoenen. Het kruipt tot aan de knieën, het kijkt binnen in de gevouwen handen. Het heeft geen wieken’,

en laat zich door het gedicht leiden bij het beschrijven van de onwerkelijke situatie waarin de vrouw beland is:

‘Het wachtvuur waar we omheen zaten als een select gezelschap avonturiers werd nu eens opgestookt en aangewakkerd met een bijna beklemmend stilzwijgen, dan weer met bezwerende grappen en onwaarschijnlijke verhalen om de spanning – het roofdier dat ieder moment uit het jungleachtige labyrint van zalen, laboratoria, liften en gangen tevoorschijn kon springen – op afstand te houden. Man sitzt rundumher und wartet. Wartet bis einer singt.’

Maar het gedicht voert haar ook naar plaatsen waar zij – de vrouw – eerder geweest is, terwijl in Uitval echo’s klinken van verhalen die ik al van Fleur Bourgonje ken.

Misschien ook interessant:

  1. Verhalen zonder woorden uit een ver voorbije tijd
  2. Wat aan as voorafging
  3. Amsterdam die grote stad
  4. De troost die Herfstdag van Rainer Maria Rilke biedt

Filed Under: blog Tagged With: Fleur Bourgonje, Rainer Maria Rilke, Uitval, Wachtfeuer

Leave a Reply Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Zoeken

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Nieuwste berichten

  • In Watou is Woutje weggestemd
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (4/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (2/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (1/4)

Spotlight

Auteurs

  • Liliane Waanders

Meest gelezen deze week

Tags

Abdelkader Benali Adriaan van Dis Arnon Grunberg beeldende kunst boek boeken boekenweek Cees Nooteboom column De wereld draait door dood dwdd film fotografie gedicht Ilja Leonard Pfeijffer Jan Brokken journalistiek K.Schippers kunst lezen literatuur Louise O. Fresco Marguerite Duras Oek de Jong Olympische Spelen Poetry International poëzie recensie roman Rotterdam schrijven sportzomer sportzomer 2012 sportzomer 2013 sportzomer 2014 stoïcijn tennissen Tour de France vertalen Virginia Woolf voetballen wielrennen William Shakespeare zomergasten

Zoeken

Volg Hanta

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Hoofdmenu

  • Home
  • Over Hanta
  • Columns en beschouwingen
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Meer
  • Contact
  • Privacy statement

Rubrieken

  • Liliane leest
  • Kettinglezen & rijgschrijven
  • Mediamoment
  • Sportzomers en -winters!
  • Zomergasten
  • Thuisblijfreizen
  • Bouke’s blues
  • Proza
  • Poëzie

Net binnen

  • In Watou is Woutje weggestemd
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (4/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)

Archief

Auteurs

  • Liliane Waanders

Copyright © 2026 · News Pro Theme on Genesis Framework · WordPress · Log in

Hanta gebruikt cookies. Omdat een blog runnen zonder nou eenmaal niet kan. Wilt u geen cookies, zie dan de instructies hier: Meer over cookies Ok, ik snap het
Privacy & Cookies
Necessary Always Enabled