Omdat ik afgelopen week helemaal van het zuidwesten naar het noorden van het land moest, stond ik het mezelf toe een eerste klas kaartje te kopen. Zo hoopte ik van een zitplaats verzekerd te zijn, zodat ik ongestoord zou kunnen lezen.
Voor de heenreis reserveerde ik Kinderjaren in Berlijn rond 1900 van Walter Benjamin. Op de terugreis verwachtte ik tot minstens halverwege in Compositieportret van Nicolaas Matsier te geraken.
Helaas liep mijn lezen al tijdens het eerste uur ernstige vertraging op, omdat aan de andere kant van het gangpad een meneer zo ordeverstorend zat te bellen dat ik mijn aandacht niet bij mijn boek kon houden en anderen zich genoodzaakt voelden hun conversatie enige tijd op te schorten.
De meneer aan de andere kant van het gangpad keek al die tijd niet op of om. Hij sloeg alleen af en toe zijn ene been over het andere (v.v.) om er nog comfortabeler bij te zitten.
Ondertussen zat ik me mateloos op te winden. Ook daardoor nam mijn blz/u af.
Ik had die meneer aan de andere kant van het gangpad graag de les willen lezen… Ik had hem alleen maar deze passage uit De telefoon – een van de ‘stukje’ in Kinderjaren in Berlijn rond 1900 – hoeven voorlezen:
‘In die tijd hing de telefoon mismaakt en uitgestoten tussen de mand voor de vuile was en de gasmeter in de hoek van het achterste deel van de gang, waarvandaan zijn gerinkel de verschrikkingen van de Berlijnse woning verveelvoudigde. Als ik dan, mijn zinnen ternauwernood de baas, mijn doel na lang tasten door de donkere pijpenla bereikte om het kabaal te doen ophouden en de beide hoorns, die als halters zo zwaar waren, opnam en mijn hoofd ertussen perste, was ik genadeloos overgeleverd aan de stem die sprak. Er was niets wat het geweld waarmee ze bij me binnendrong verzachtte.’
(vertaling: Hans Driessen)
Ik deed dat toch maar niet. De meneer aan de andere kant van het gangpad leek mij niet iemand die zijn voordeel doet met spiegels die hem voorgehouden worden. Zoveel was mij tijdens het luisteren naar zijn eenrichtingsgesprek wel duidelijk geworden.
Toen ik in het noorden aankwam was ik nog niet eens halverwege Kinderjaren in Berlijn rond 1900. Toen ik weer in het zuidwesten arriveerde was ik nog niet noemenswaardig gevorderd in Compositieportret, maar dat kwam niet door een telefonerende meneer.
Kinderjaren in Berlijn rond 1900
Walter Benjamin (vertaling: Hans Driessen)
Nijmegen : Vantilt, 2015
ISBN 978-94-6004-211-9
Leave a Reply