‘Ik ging weer reizen en koos met opzet andere bestemmingen dan Rusland en Oost-Europa.’ Wie die zin leest, heeft De gloed van Sint-Petersburg: wandelingen door heden en verleden van Jan Brokken al bijna uit. Hij staat op de voorlaatste bladzijde in het voorlaatste stuk. Jan Brokken heeft dan net beschreven hoe hij ondanks een aanvankelijke positieve reactie Nina Berberova toch nooit ontmoet heeft. Zij werd ziek, en minstens zo belangrijk: Youri Egorov – goede vriend en beoogd reisgezel richting Berberova – werd ziek. Na Egorovs dood in 1988 had Brokken de broze Berberova nog kunnen bezoeken, maar: ‘Ik ging weer reizen en koos met opzet andere bestemmingen dan Rusland en Oost-Europa.’ Dat Berberova toen al lang niet meer in Rusland woonde, deed er niet toe.
Jan Brokken reisde, en deed schrijvend verslag van zijn onderweg zijn. Dat leverde portretten in proza en non-fictie op. Het duurde dus even voordat hij weer richting Oost-Europa reisde. In Baltische zielen: lotgevallen in Estland, Letland en Litouwen (2010) deed hij voor het eerst weer verslag van reizen naar daar.
Uit Baltische zielen kwam De kozakkentuin (2015) voort. Letterlijk. Want voor De kozakkentuin verdiepte Jan Brokken zich verder in de familie Von Wrangel. De kozakkentuin is een roman over de vriendschap tussen Alexander von Wrangel en Fjodor Michajlovitsj Dostojevski.
Voor De kozakkentuin reisde Jan Brokken in 2015 voor de tweede keer naar Sint-Petersburg. Veertig jaar nadat hij er voor het eerst was. Hij was er om plekken die in De kozakkentuin van belang zijn te bezoeken.
In De kozakkentuin wordt Alexander von Wrangel door zijn oom meegenomen naar een executie:
‘Het exercitieterrein was een immens veld waarop de sneeuw zich met de blubber had vermengd. Toen we uit de koest stapten zagen we in de verte een groepje mensen, manschappen in carré, en een op het eerste gezicht nogal wankel bouwsel, een platform van planken op lange houten palen met een trap aan de voorzijde. Was dat een schavot? We dachten dat de mannen zouden sterven voor het executiepeloton; toch leek het op een schavot. We wilden dichterbij komen maar politieagenten en gendarmes hielde ons tegen.’
Anno 2015 ziet die plek er zo uit:
‘De volgende morgen bezoek ik de plaats waar Dostojevski voor het vuurpeloton stond. Inmiddels een omvangrijk plein, toen slechts een exercitieterrein nabij de kazerne van het Semjonovski-regiment. De schrijver kreeg een wit doodshemd aan en kuste, net als de veertien andere opposanten van het regime van tsaar Nicolaas I, het zilveren kruis dat de priester hun voorhield. Een minuut voor de executie plaatsvond kwam een boodschapper van de tsaar aan gegaloppeerd met het bericht dat de terdoodveroordeelden gratie was verleend. Hun straf werd omgezet in dwangarbeid in Siberië.
Niets op het plein herinnert nog aan deze macabere vertoning. Geen plaquette, laat staan een standbeeld. Het lijkt erop dat de schijnexecutie nog altijd schaamte veroorzaakt, ook bij de huidige machthebbers.’
De locatie is in De kozakkentuin ondergeschikt aan de mentale betekenis van de gebeurtenis, en ter plekke poolshoogte nemen is maar een aspect van het researchen. Zoals het bezoek aan Sint-Petersburg maar voor een deel ten behoeve van De kozakkentuin was. Althans: Jan Brokken heeft de gelegenheid te baat genomen om zijn liefde voor de stad, kunst en cultuur te hernieuwen. Om toe te geven hoe thuis hij daar is. Eigenlijk is zijn verblijf in Sint-Petersburg een ‘sentimental journey’, in de meest positieve betekenis van het begrip.
De gloed van Sint-Petersburg bevat (relatief) korte hoofdstukken. Herinneringen. Impressies. Dat kan Jan Brokken ook: schrijven over wat zich voordoet. Zonder er gedegen, gedocumenteerde stukken van te hoeven maken om blijk te geven van zijn kennis van zaken. Maar ook zonder zomaar iets, voor de vuist weg, te schrijven. Want nergens zal je hem op nietszeggendheid betrappen.
Centraal staan schrijvers, dichters, beeldend kunstenaars, dissidenten die al meer dan een half leven lang deel uitmaken van Jan Brokkens canon: Anna Achmatova, Vladimir Nabokov, Osip en Nadezjda Mandelstam, Josef Brodsky, Igor Strawinsky, Pjotr Tsjaikovsky, Andrej Tarkovski, Kazimir Malevitsj. Grote namen, maar Jan Brokken houdt het klein. Hij refereert aan feiten, maar de nadruk ligt op wat deze denkers en doeners in literaire, culturele en maatschappelijke zin betekenen. En op wat ze en hun werk Jan Brokken te vertellen hebben. Uit dat werk parafraseert, en citeert hij (en daarmee doet hij de vertalers recht die proza en poëzie voor hem ontsloten) verzen die net zoveel over de dichters/schrijvers als over (de blik van de) de ‘stadschroniqueur ’ zeggen:
Zoals dit gedicht van Arseni Tarkovski – de vader van regisseur Andrej Tarkovski. Het is een van de gedichten uit de film De spiegel:
‘Niemand die zich naast mij zet.
Aan de muur hangt een portret.
Over de geportretteerde
Zie ik vliegen rondmarcheren.
Als mijn blik haar blik ontmoet,
Vraag ik: Gaat het u daar goed?
Vliegen op haar blinde ogen,
En zij antwoordt afgewogen:
“Hoe vergaat het jou, alleen
In je lege huis van steen?” ’
(vertaling: Peter Zeeman)
en dit gedicht van Anna Achmatova:
‘De een loopt in een rechte baan,
De ander loopt in kringen
En wacht om weer naar huis te gaan,
Naar vroegere beminden.
En ik – rampzalig en berooid,
Ik loop in zig-zaglijnen,
Ik ga naar nergens en naar nooit,
Zoals ontspoorde treinen.’
(vertaling: Marja Wiebes en Margriet Berg)
Brokken mag dan houden van en/of beïnvloed zijn door (het werk van) de mensen over wie hij schrijft. En de luisterrijke, aan verval onderhevige stad mag de directe aanleiding zijn om over hen te schrijven. Maar waar De gloed van Sint-Petersburg in essentie over gaat, is een mentale verwantschap die het gevolg is van gedeelde wortels. Na een jarenlange, zichzelf opgelegde, ballingschap keert Jan Brokken terug naar een stad in een land waar hij ook hoort.
Hij mag dan de indruk wekken tijdens zijn bezoek aan de stad als een toerist op zoek te zijn naar de straat, het huis waar… Maar Jan Brokken is geen toerist. Hij is dit keer zelfs geen reiziger. Het is zoals hij zelf aan het eind van Alisa en mijn eigen kleine waanzin – een stuk waarin Nabokov, zijn zusje en een meisje dat later bekend zal worden als Ayn Rand figureren – schrijft:
‘Zelfs mijn autobiografie hoort bij Petersburg. Ach, mijn moeder zou er met haar Russisch gevoel voor mysterie om glimlachen en sussend fluisteren: “Niet verder vertellen, jongen. Niemand zal het begrijpen…” ’
Zijn moeder en Youri Egorov lijken slechts te figureren in dit boek. Maar in (de) werkelijkheid spelen zij een essentiële rol.
De gloed van Sint-Petersburg: wandelingen door heden en verleden is een ode aan een stad. Een eerbetoon aan mensen die tegen onder de gegeven omstandigheden ‘maakten’ en handelden. Maar het is ook een zelfportret. Met De gloed van Sint-Petersburg: wandelingen door heden en verleden voltooit Jan Brokken een drieluik, en ligt de weg naar toekomstig werk weer helemaal open.
De gloed van Petersburg: wandelingen door heden en verleden
Jan Brokken
Amsterdam : AtlasContact, 2016
ISBN 978-90-450-3330-3

Leave a Reply