Als ik niet net – namelijk deze week –Vierspan: over biografieën en het schrijven ervan van Jan van der Vegt gelezen had, zou ik tijdens het lezen van het gedicht van Maurits Mok dat Laurens Jz Coster gisteren vanwege de sterfdag van Hans Andreus plaatste waarschijnlijk helemaal niets gedacht hebben. Hoogstens zou ik het dorp voor me gezien hebben, en me voorgesteld hebben hoe menigeen eerbiedig halt hield om de kist met de (kinderboeken)schrijver te laten passeren. Want zo gaat dat in kleine gemeenschappen: daar worden de doden en de dood met respect behandeld.
Begrafenis van Hans Andreus
Wat gaat dat simpel, in Putten
weggedragen worden uit de tijd,
een uitreis op wiegende schouders
door straten in eigen bezigheid
verloren. En wat zou een dichter
meer kunnen wensen dan dat
rondom zijn beginnende eeuwigheid
de dag zijn gang gaat, mensen
om winst en verlies hun doden vergeten,
zich een al te koele zomer
van het lijf trachten te houden
en met de klok mee hun voeten verzetten?
Hij vervolgt zijn tocht buiten de dampkring.
Deze avond zullen dezelfde sterren
opengaan, dezelfde nachtgeluiden
ontwaken en sterven, dezelfde gedachten
tot dromen verijlen. De doden, niemand hoort ze meer.
Men loopt met levende stappen
over hun zwijgen heen.
(uit de bundel Bij brood alleen, 1980)
Maar na het lezen van het boek van Jan van der Vegt, biograaf van Hans Andreus, wist ik beter: Hans Andreus werd wel begraven in Putten, maar ligt inmiddels alweer langer dan dat hij daar lag op Zorgvlied in Amsterdam. Zijn weduwe besloot hem te laten herbegraven, nadat in Putten onrust was ontstaan over het oorlogsverleden van Hans Andreus.
In zijn biografie kon Jan van der Vegt niet om de korte periode heen dat Hans Andreus min of meer onbedoeld in Duitse dienst belandde (Hans Andreus meldde zich aan bij het Vrijwilligerslegioen Nederland, dat door de Duitsers min of meer ingelijfd werd bij de SS). Omdat duidelijk was dat hij geronseld was, werd het dienstverband van Hans Andreus snel weer verbroken.
Jan van der Vegt getroostte zich – zo laat hij in Vierspan blijken – de nodige moeite om te achterhalen hoe het precies zat, nadat geruchten hem ter ore waren gekomen. Hij sprak met tijdgenoten en raadpleegde de nodige bronnen voor hij schreef wat hij in de biografie schreef. Dat Hans Andreus daar achttien jaar na zijn dood ongenadig en in de ogen van op afgerekend werd, speet zijn biograaf zeer. Van der Vegt heeft nog geprobeerd om de gemeenteraad van Putten en bestuur van de school die de naam van Hans Andreus niet meer wilde dragen op andere gedachten te brengen, maar voor hen waren de feiten ondergeschikt aan het onderbuikgevoel.
Als je dat weet, klinken de woorden in het gedicht van Maurits Mok heel anders.
Leave a Reply