HANTA

Literatuur en meer

  • Home
  • Over Hanta
  • Contact
  • Privacy statement
  • Columns
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Blog
  • Meer
    • Liliane leest
    • Kettinglezen & rijgschrijven
    • Mediamoment
    • Sportzomers en -winters!
    • Zomergasten
    • Thuisblijfreizen
    • Bouke’s blues
    • Proza
    • Poëzie
You are here: Home / Alles / (non-)fictie / columns / ‘Waarom zou je nog met verschillende canons werken?’

‘Waarom zou je nog met verschillende canons werken?’

06/09/2021 by Liliane Waanders Leave a Comment

In zijn bundel Bokman noemt dichter Dean Bowen geen namen. Zijn gedicht .canon bestaat uit maar één zin: ‘Ik herhaal hun namen, zodat ze niet uit monden gewassen worden.’ Die zin staat halverwege de pagina en de rest van die bladzijde is leeg. Maar voor de goede verstaander is duidelijk welke namen daar hadden kunnen staan.
En voor wie zijn hint niet begreep: toen Dean Bowen met Bokman genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs reserveerde hij de tijd die hij kreeg om iets te zeggen voor het noemen van die namen. Twee minuten en achttien seconden noemde hij namen van niet-witte schrijvers die een plaats in de Nederlandse literatuurgeschiedenis verdienen, maar nooit genoemd worden als het over canonisering gaat.

Misschien zat Dean Bowen wel instemmend zat te knikken toen Alfred Birney tijdens Zomergasten een pleidooi hield voor een andere ordening van Nederlandse literatuur:

‘Je moet niet spreken over de Nederlandse literatuur, de Indische literatuur, de Surinaamse literatuur en de Antilliaanse literatuur. Nee, je moet het hebben over de Nederlandstalige literatuur. Oké. De Nederlandstalige literatuur, en daar valt dan alles onder, en dat dan allemaal in een boek of een serie boekwerken. Dan krijg je dat multiculturele landschap binnen de Nederlandstalige letteren. Dat is toch veel mooier. En dat doet toch veel meer recht aan ons huidige, pluriforme, hoe noem je dat, multiculturele Nederland. Er zijn veel mensen die dat maar niets vinden, maar het is wel multicultureel geworden dat Nederland. Dus waarom zou je nog met verschillende canons werken?’

Eén taal, één literatuur. En dan via die ene literatuur begrip kweken en barrières doorbreken? De literatuur als grote verzoener.

Zo eenvoudig als Alfred Birney het doet voorkomen, is het samenvoegen van de Nederlandstalige literatuur en die vervolgens terugbrengen tot één canon niet, want: hoe inclusief, pluriform, multicultureel, belezen en onbevooroordeeld moet de commissie wel niet zijn die met deze opdracht belast wordt? en wat doen ‘we’ met de Vlaamse literatuur en het werk van al die schrijvers met een niet-koloniale, maar een ‘gewone’ migrantenachtergrond?

Maar stel dat het lukt. Stel dat het lukt om overeenstemming te bereiken over nut en noodzaak van een andere kijk op de literatuur geschreven in Nederland en de (voormalige) overzeese gebiedsdelen, en het ook nog mogelijk is om een onomstreden lijst van Nederlandstalige meesterwerken samen te stellen. Dan nog zijn we er niet.
Dan moet namelijk nog blijken dat die canon doet wat zij moet doen, want de canon van de Nederlandstalige literatuur is natuurlijk geen doel op zich. Als de schrijvers/boeken op die lijst niet gelezen worden en lezers niet tot nadenken aanzetten, heeft het samenstellen van een multiculturele canon geen zin.

De canon van de Nederlandstalige literatuur is een middel om de segregatie/separatie – van verzuiling is al enige tijd geen sprake meer – van literatuur en samenleving te lijf te gaan door lezers te verleiden over de grens van hun culturele comfortzone heen te lezen.
Kennis maken met het werk van Hans Faverey, Johan Herrenberg, Julien Ignacio, Frank Martinus Arion, Radna Fabias, Simone Atangana Bekono, Miguel Santos, Neske Beks, Onias Landsveld, Anton de Kom, Michael Tedja, al die andere niet-witte schrijvers en dichters die Dean Bowen in die twee minuten en achttien seconden noemde, en schrijvers die dankzij een inclusieve canon in hun voetsporen kunnen treden, kan lezers helpen hun horizon te verbreden.

Nog even los van het feit dat de Nederlandstalige literatuur er niet meteen wereldliteratuur door wordt, moeten we maar geen wonderen verwachten van het vangen van Neerlands multiculturele literaire landschap in één canon . Het zal de lezers die de uitnodiging aannemen waarschijnlijk helemaal niet meevallen om meteen ten volle te ervaren wat er geschreven staat, en of ze begrijpen waarom dat geschreven moest worden, is ook nog een vraag. Maar misschien dat dankzij het af en toe eens lezen van een ander boek het beeld van de Nederlandse literatuur langzaam maar zeker kantelt. En daarmee ook het beeld van de maatschappij waarin we leven.

Misschien ook interessant:

  1. Poetry International 2018: vier debuterende dichters gaan op voor de C. Buddingh’ Prijs
  2. Poetry International 2018: De canon volgens Dean Bowen
  3. 2018 (II): Proza en poëzie: de romans, korte verhalen en gedichten
  4. Zomergasten 2015: Peter Buwalda, aangenaam (klassiek)

Filed Under: columns Tagged With: Alfred Birney, Bokman, canon, Canon van de Nederlandstalige literatuur, Dean Bowen, zomergasten

Leave a Reply Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Zoeken

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Nieuwste berichten

  • Recensie: Passage Parijs: in het spoor van de schrijvers – Dirk Leyman
  • Lezen over levens: Vondel had een kousenwinkel en Tollens was de baas van een verffabriek
  • Lezen over levens: Hoe ver mag een biograaf gaan?
  • Schrijvers oog in oog met hun publiek
  • Een tipje van de sluier: Joost Oomen over motto’s en covers

Spotlight

Auteurs

  • Liliane Waanders

Meest gelezen deze week

Tags

Abdelkader Benali Adriaan van Dis Arnon Grunberg beeldende kunst boek boeken boekenweek Cees Nooteboom column De wereld draait door dood dwdd film fotografie gedicht Ilja Leonard Pfeijffer Jan Brokken journalistiek K.Schippers kunst lezen literatuur Louise O. Fresco Marguerite Duras Oek de Jong Olympische Spelen Poetry International poëzie recensie roman Rotterdam schrijven sportzomer sportzomer 2012 sportzomer 2013 sportzomer 2014 stoïcijn tennissen Tour de France vertalen Virginia Woolf voetballen wielrennen William Shakespeare zomergasten

Zoeken

Volg Hanta

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Hoofdmenu

  • Home
  • Over Hanta
  • Columns en beschouwingen
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Meer
  • Contact
  • Privacy statement

Rubrieken

  • Liliane leest
  • Kettinglezen & rijgschrijven
  • Mediamoment
  • Sportzomers en -winters!
  • Zomergasten
  • Thuisblijfreizen
  • Bouke’s blues
  • Proza
  • Poëzie

Net binnen

  • Recensie: Passage Parijs: in het spoor van de schrijvers – Dirk Leyman
  • Lezen over levens: Vondel had een kousenwinkel en Tollens was de baas van een verffabriek
  • Lezen over levens: Hoe ver mag een biograaf gaan?

Archief

Auteurs

  • Liliane Waanders

Copyright © 2026 · News Pro Theme on Genesis Framework · WordPress · Log in

Hanta gebruikt cookies. Omdat een blog runnen zonder nou eenmaal niet kan. Wilt u geen cookies, zie dan de instructies hier: Meer over cookies Ok, ik snap het
Privacy & Cookies
Necessary Always Enabled