‘Engeland in Zicht!
Ik stond op dek en zag uit naar het aanbreken van den nieuwen dag. Vader sliep.
Het schip liet achter zich in zee een lang spoor van blank, schuimend zog; de machines dreunden in zijn ingewanden; wolken van smook walmden op uit de schoorsteenen.
Het was vroege dageraad; nevel maakte zich los van het water, en bleef er hangen, enkele meters hooger, als een zwaar, grijs dek.
Bij tusschenpoozen straalde plots op de kust een lange rist van electrische lichten, die neersloegen en weerkaatsten in de zee van grauw staal. Meeuwen en stormvogels scheurden het gordijn van mist met hunne snerpende kreten, terwijl zij scheerden over de schuimende golven of snel klapwiekten weg uit het gezicht.
Een uur bleef ik er en ademde de kille lucht in, toen ging ik naar beneden, zien hoe vader het maakte.’
Zo begint de roman Op een dwaalweg (1915) van de Spaanse auteur Pio Baroja. Althans zo begint de vertaling die Elizabeth Couperus van La ciudad de la niebla (1909) maakte.
Haar echtgenoot – Louis Couperus – biedt de – ook zijn – uitgever aan een voorwoord te schrijven bij de vertaling van zijn vrouw:
‘Op een Dwaalweg
Misschien zal ik een kort voorredentje schrijven, als je wil.’
Een aanbod waar de uitgever waarschijnlijk dankbaar gebruik van maakte. Dit is wat Louis Couperus in zijn voorwoord onder andere over Pio Baroja en zijn stijl opmerkt:
‘Onder hen is Pio Baroja een zeer bizonder talent. Zijn kunst is droog, hoogst sober, zonder eenige Zuidelijke fioriture, maar misschien daarom zoo belangwekkend. Zijn stijl is grauw als de Spaansche atmosfeer kan zijn in een dood stadje als Avila of Toledo. En toch is hij modern. Hij is een hartstochtloos waarnemer, die realistiesch mede deelt wat hij ziet, deze zoon van het gloeiende Iberië. Hij is een rustig psycholoog, die zich niet noodeloos agiteert tijdens de analyze, op zijne sujetten ondernomen.
Hij is een kalm kunstenaar, maar hij is een kunstenaar, en zijn kunst is Spaansch, om hare bijna verbijsterende strengheid en eenvoud.’
Uit de correspondentie tussen Elizabeth Couperus en uitgever Veen blijkt dat Pio Baroja graag gewild had dat zij ook La Dama Errante zou vertalen.
[23.VI.14]
Waarde Heer Veen,
Heeft U de autorisatie van Baroja ontvangen? Vindt U het goed als ik U de vertaling zend einde Augustus? Baroja vroeg mij of ik niet tegelijk de Dama ook vertaalde daar de Ciudad eigenlijk een vervolg is hier van. Nu dacht ik een paar hoofdstukken er uit te nemen en bij de Ciudad te voegen, heeft U hier iets op tegen?
Met hartelijke groeten
Udwd.
Elizabeth Couperus.
Die vertaling van La dama errante kwam er, maar pas in 2012. Frans Oosterholt tekende voor die vertaling: De dolende dame. In datzelfde jaar verscheen ook Stad in de mist, zijn vertaling van La ciudad de la niebla. Die stad in de mist is Londen. De roman van Baroja speelt voor een belangrijk deel in de wijk Bloomsbury.
Pio Baroja is een kind van de streek waar de renners vandaag doorheen fietsen.
Leave a Reply