Geen idee, wie die man was die ge-eerd werd met een standbeeld op de trappen van de Assamblée Nationale in Parijs. Ik fotografeerde hem vanaf de Jardin des Tuileries aan de overkant van de Seine. En eigenlijk ging het me niet eens om hem, maar om de Pallas Athene die achter hem in de steigers stond.
Goed. Hij blijkt dus Michel de l’Hospital of Michel de l’Hôpital (ca. 1505-1573) te heten. Michel de l’Hôpital was een belangrijk staatsman: daarom zit hij daar voor het parlement. Michel de l’Hospital werd geboren in het Château de la Roche in Chaptuzat, en dat is waarom hij vandaag genoemd wordt in het routeboek van de Tour de France.
Zijn plekje in deze reeks etappegewijze stukjes dankt hij aan het feit dat hij behalve staatsman/kanselier ook schrijver was. Zijn Latijnse verzen en overige teksten zijn gebundeld in Poemata en de Epistula. Beide verschenen postuum.
Tijdgenoot Michel de Montaigne – hij schreef op 30 april 1570 een brief aan Michel de l’Hôpital – spreekt in zijn essay ‘Over de verwaandheid’ lovende woorden over Michel de l’Hôpital:
‘Op het gebied van oorlog en krijgskunde zijn voor mij de meest voortreffelijke mannen, als ik tenminste afga op uiterlijke kenmerken (want om hen te beoordelen op mijn eigen manier, zoude ze nader moeten worden bekeken): herog De Guise, die sneuvelde bij Orléans, en wijlen maarschalk Strozzi. En mannen van buitengewone bekwaamheid en deugd: Olivier en l’Hospital, kanseliers van Frankrijk. Volgens mij heeft ook de dichtkunst in onze eeuw een vlucht genomen. We hebben op dit gebied een overvloed aan goede kunstenaars: De Bèze, Buchanan, l’Hospital, Montdoré en Turnèbe. En mijns inziens hebben de in het Frans schrijven de dichters de poëzie naar de hoogst mogelijke toppen gebracht; en in de onderdelen waarin Ronsard en Du Bellay uitblinken, vind ik hen nauwelijks onderdoen voor die perfectie uit de Oudheid. Adrien Turnèbe wist meer, en wist wat hij wist beter dan wie ook in zijn tijd en in tijden ver daarvoor.’
(vertaling:Hans van Pinxteren)
De door Michel de Montaigne genoemde Pierre de Ronsard en Joachim du Bellay behoorden tot een groep dichters die zich de Pléiaden noemde, naar de zeven alexandrijnse tragediedichters uit de derde eeuw voor Christus die zich ook al zo noemden.
De bekende Pléiade-reeks dankt zijn naam dan weer aan de Franse Franstalige dichters.
De renners passeren Chaptuzat als ze bijna dertig kilometer gefietst hebben.
Leave a Reply