Veel vertrouwen had hij er niet in. Hij gunde zijn interviewster tien minuten. Daarna zou hij voorlezen. Zoals ze dat in Duitsland gewend zijn. Geen ingewikkeld gedoe. Geen obligate vragen. Gewoon voorlezen.
Zijn interviewster ging akkoord. Ook al was er in het voorgesprek iets anders afgesproken. Ook al had ze ter voorbereiding van de avond meer dan een half oeuvre gelezen. Ze stelde de schrijver gerust: ze zou een paar vragen stellen en dan op de eerste rij plaatsnemen om zich door hem voor te laten voorlezen.
Die tien minuten werden er meer. De schrijver had er zichtbaar plezier in en de interviewster gaf hem alle gelegenheid om zijn verhaal te vertellen. Na een half uur nodigde ze de schrijver uit om voor te lezen uit zijn net verschenen nieuwe boek. Zoals afgesproken nam ze plaats op een stoel op de eerste rij. Maar, zo waarschuwde ze de schrijver: na de pauze kom ik nog even bij u op het podium zitten. Dat deed ze, en ook nu stond de schrijver haar toe haar vragen te stellen. Hij had inmiddels begrepen dat zijn gesprekspartner zich had voorbereid. Dat zij er niet op uit was hem een hak te zetten. Dat het haar intentie was om hem en zijn werk recht te doen.
Na afloop gingen ze nog wat drinken. Daarna liepen ze samen richting het station. Hij en zijn vrouw naar hun auto die daar in de buurt geparkeerd stond. Zij en zijn oeuvre naar de trein.
Twee weken later bezorgt de post vijf kleine boekjes. Gelegenheidsuitgaves die ze inderdaad nog niet heeft. Dat heeft hij goed ingeschat. Allemaal met een aardige opdracht. In dat kleine priegelige, maar o zo herkenbare handschrift.
Ze schreven elkaar af en toe een kaartje. Heel af en toe.
Vorige week moest ze aan hem denken toen ze haar computer aanzette en de Viktualienmarkt in beeld verscheen. Even overwoog ze hem een mailtje te sturen.
Leave a Reply