Guillem de Ribes bestierde met wisselend succes namens verschillende familieleden het Castell de Ribes. Voordat Guillem de Ribes zich als kasteelheer probeerde te manifesteren was hij troubadour. En hoewel er geen enkel werk van hem overgeleverd, wordt Guillem de Ribes (c. 1140 – c. 1220) toch beschouwd als een van de belangrijkste Occitaanse troubadours van de twaalfde eeuw. Dat we hem nog kunnen kennen is te danken aan tijdgenoot Peire d’Alvernhe. Hij nam in Chantarai d’aquest trobadors twaalf collega-troubadours op de hak (en prees zichzelf de hemel in)Een van die twaalf was Guillem de Ribes.
Peire d’Alvernhe streed met open vizier, want alle troubadours waren er bij toen hij zijn strofen zong. Chantarai d’aquest trobadors (luister hier: het gaat om track 1)is vooral bedoeld als een parodie op het genre. Het is in die zin een vorm van light verse. In zekere zin was hij een voorganger van Driek van Wisse, behalve dan dat die niet zong. Diens ‘Wielerbelofte’ – mooie dubbelzinnige titel – refereert op speelse wijze aan dat onderwerp dat altijd wel een keer ter sprake komt tijdens de Tour:
Wij rijden deze Tour volledig clean,
Zo hebben alle wielrenners gezworen,
Hetgeen natuurlijk fijn is om te horen,
Maar toch wil ik het ook nog wel eens zien:
Voor elke renner die dit plechtig zwoer
Wordt heel de Tour de France een hele toer.
In het gedicht ‘Tour de France’ van Remco Campert krijgt zien in relatie tot de Tour een heel andere betekenis:
De zomermiddagen van de Tour de France breng ik, ietwat bijziende,
voor de televisie door
pak bij een afdaling, die ik van dichtbij mee wil maken,
de toneelkijker van mijn oudtante zaliger Lucie erbij
en zit er met mijn neus bovenop als het jonge Zuid-Afrikaanse wielertalent Augustus* met vreeswekkende snelheid de bocht uit vliegt
duik met hem mee over een muurtje heen
de rotsige diepte tegemoet
en beleef mijn eigen salto mortale
dankzij de toneelkijker (Gebr. P.R. Caminada, ’s-Gravenhage) van
mijn oudtante Lucie, bougainvillegeurig Indisch meisje, eens door
de Tachtigers op handen gedragen
vooral bij een afdaling in de Alpen raad ik iedereen aan om de Tour
met een toneelkijker te volgen, liefst een geërfde
je ziet zoveel meer
Die oudtante Lucie is Lucie Broedelet. Ze hoorde bij de Tachtigers en schreef poëzie. Onder haar eigen naam en onder het pseudoniem dat Willem Kloos voor haar bedacht: Stella Violantella. Een gedicht over het bijstellen van verwachtingen en omgaan met teleurstellingen: ‘De onterfden’:
Gij vrienden, broeders, lotgenoten
hier mede aangezeten aan dezen dis,
heft hoog de bokaal gevuld tot aan de rand
met het edel, sprankelend, parelend nat
uit schone druif geperst en vertreden,
gegist in duistere nacht.
Plengt den verborgen, den verheven Goden!
Nu ledigt den beker tot op den grond
gij allen! wijdend dezen dronk
aan de ongeschreide tranen
de gestrande verwachtingen
de geremde hoge vluchten
aan alle weerstrevende krachten.
Dan, dit breekbaar schoon iriserend omhulsel,
werpt het te pletter
tegen stuggen wand, of naar omlaag
tegen den harden onverbiddelijken bodem.
* De wielrenner heette niet Augustus, maar John-Lee Augustyn. Hij vloog in de Tour van 2008 uit de bocht op de Col de la Bonette.

Leave a Reply