Terwijl hij wellicht het leven liet in Maastricht en daar nu getwist wordt om zijn botten, fietsen ze vandaag door Montesquiou, het dorp dat bezit was van de familie van zijn moeder – Françoise de Montesquiou d’Artagnan. D’Artagnan zelf werd even verderop in Château de Castelmore in Lupiac geboren. Want ja, voordat hij een personage werd, was hij – Charles de Batz de Castelmore, graaf van Artagnan – een mens van vlees en bloed.
Als vierde musketier maakte hij zijn opwachting in werk van Alexandre Dumas, maar Dumas was niet de enige die hem literair vereeuwigde. Ook Cornelis Veth deed dat, in De vier musketiers: roman d’aventures.
Hier hoe D’Artagnan volgens Veth musketier werd:
Op den hoek van de straat liep d’Artagnan een musketier tegen het lijf. Het was een trotsch, zwaarmoedig heer.
‘Uw manieren en uw geur beleedigen den goeden smaak’, zeide deze. ‘Wanneer schikt het u de degens met mij te kruisen?’
Het was Athos.
‘Om twaalf uur op het plein Henri IV’, riep d’Artagnan, zich nog steeds voortspoedende, doch en passant hoffelijk buigend.
Op den volgenden hoek trapte hij een ander musketier, een pronkerig man van zware gestalte, op de teenen. Het was Porthos.
‘Is er naast mijn eksteroogen geen plaats genoeg, mijnheer?’ zei deze. ‘Dat beschouw ik als een insinuatie! Er zijn grootere voeten dan de mijne! Welke tijd convenieert u voor een duel?’
‘Om half één op het plein Henri IV’, riep onze held, nog in vollen draf, doch, als boven, buigend.
Op den derden hoek liep hij een tenger, zachtaardig jongeling omver. Het was Aramis.
‘Gij stoort mijn vrome overpeinzingen’, sprak deze, opstaande. ‘Gelieve tijd en plaats te noemen’.
‘Om één uur op het plein Henri IV’, riep d’Artagnan, ventre à terre uit haast en beleefdheid.
Hij vond den vreemdeling nergens.
Het was twaalf uur. Athos en d’Artagnan wisselden eenige uitgezochte beleefdheden en kruisten de degens. Porthos en Aramis wachtten hun beurt af. Gardes van den kardinaal kwamen hen storen.
‘Gij moogt volgens het edikt niet vechten, mijne heeren!’
‘Deze aanmoediging is geheel overbodig, mijne heeren’, zei Athos, die kalm doorschermde.
‘Laat mij eens begaan’, zei d’Artagnan. Hij versloeg nu de drie gardes van Richelieu, zonder dat Athos, Porthos of Aramis iets behoefden te doen. Als overwinnaars verlieten de musketiers het slagveld, nadat d’Artagnan zich daar eerst van een verschooning en contanten had voorzien. Fier als een pauw, liep hij gearmd met de anderen. Hij was nu één der hunnen. Door hen had hij wel den vreemdeling, maar zijn paard niet gemist.
Vanaf dan is het ‘tous pour un, un pour tous’, maar dat is dan weer volgens Alexandre Dumas.
Bij Veth zingen ze een ‘vrolijk’ lied, ‘Het Musketierslied’
Tirelirelire!
Hier is ‘s konings musketier!
Berg je beurs, berg je lijf,
Berg je wijn, berg je wijf!
Ah! pardi! les maris!
Il faut se méfier de lui!
Il faut se méfier de lui!
Sacré nom de Dieu!
Gardes van de Richelieu!
Nu de degen uit de schee!
Naar de hel met dat vee!
Nom de nom, nom de nom!
Ce ne sont que des cochons!
Ce ne sont que des cochons!
Falderalderal!
Monseigneur le cardinal!
Kardinaal wil ons vergeven:
Al je gardes moesten sneven!
Par dessous, par dessus!
Cardinal tu es fichu!
Cardinal tu es fichu!
Holá Sapristi!
Daar is dertiende Louis!
Kijk dat is een goeie mop:
Hij heeft horens op zijn kop!
Soyons gais, soyons gais!
Le roi est cocufié!
Le roi est cocufié!
Tirelirelire!
Hier is ‘s konings musketier!
Ploerterij, boerekinkel,
Sluit je hof, sluit je winkel!
Gare à vous, gare à vous!
Il est Monsieur Merde-à-tout!
Il est Monsieur Merde-à-tout!
Het was natuurlijk een serieuze zaak, de strijd die de musketiers uitvochten, een zaak ook van veel eer. En D’Artagnan gaf zijn leven niet zomaar toen hij in Maastricht het leven liet. Neemt niet weg dat je daar licht over kunt schrijven. Dat deed ook Vanessa Sgroi in haar gedicht op de wijze van ‘Jack and Jill’:
Young D’Artagnan, up, up, uphill he ran
In search of much needed water.
But down he fell, with a mighty yell,
And three Musketeers came running after.
Athos’ sword is deadly, to foes less than friendly,
His blade, it finds most lethal entry.
With a burdened heart, he performs his art,
His duties upheld quite intently.
If hand-to-hand is needed, to Porthos it’s oft ceded,
And he works to appear uncouth and rude.
But he shows off his might, during any fierce fight,
And does so with a great attitude.
The marksman of this crew, with an aim always true,
Aramis, he will take them all down.
He is blindingly charming; his smile quite disarming,
As he fights to protect King and crown.
D’Artagnan’s still learning; his commission he’s earning
As the Inseparables take him under their wing.
Proving then to be brave and loyal, to all things royal,
He is soon kneeling before the King.
Their swords, they sing with every swing
As they foil plotted assassinations.
They persevere and to good adhere,
Despite the Cardinal’s evil machinations.
FIN
Voor wie Jack en Jill niet kent:

Leave a Reply