Tot afgelopen voorjaar had ik nog nooit van Maurice Genevoix (1890-1980) gehoord. Het was dan ook niet voor hem dat ik naar het Panthéon in Parijs ging. Voor wie precies wist ik niet. Ik wilde er gewoon een keer geweest zijn. In de crypte, waar al die bekende mensen die iets voor Frankrijk betekend hebben bijgezet worden. Maar ik was vooral onder de indruk van wat ik bovengronds zag. Ja, ook van de slinger van Foucault en van het verbeelde leven van Jeanne d’Arc. Maar het meest van het werk dat Anselm Kiefer in 2020 voor die plek maakte, vanwege de bijzetting van Maurice Genevoix. In zes vitrines toont hij daar de verschrikkingen van de oorlog waarover Maurice Genevoix schreef in Ceux de 14.
Nooit verschenen in het Nederlands, al had Liesbeth van Nes het wel willen vertalen, schrijft zie in Over Tot ziens daarboven van Pierre Lemaitre:
Natuurlijk waren er ook boeken die Cru voortreffelijk vond. Ceux de 14 bijvoorbeeld van Maurice Genevoix. Ik was ervan onder de indruk en wilde het graag vertalen, maar ik heb het nooit aan de man weten te brengen. Het was te dik en er was te weinig in ‘samengevat’. Er was kortom geen roman van gemaakt.
Terwijl ik Genevoix las, zat ik me al wel af te vragen hoe ik bepaalde dingen zou vertalen. Genevoix was luitenant en als zijn poilu’s hem aanspraken, zeiden ze zonder uitzondering tegen hem: ‘Oui, mon lieutenant.’ En ik dacht dat ze dat ‘mon’ toevoegden omdat ze hem zo graag mochten. Nog niet zo lang geleden ontdekte ik dat het een bezittelijk ‘mon’ is. Beter gezegd, een gezagsverhouding: u bent mijn luitenant, ik voer uw bevelen uit. Het is maar goed, dat ik toen niet kon gaan vertalen.
Genevoix was geen schrijver, hij was soldaat. Zijn Ceux de 14 is een ooggetuigenverslag. En hij was bovendien ook nog eens heel jong toen de oorlog uitbrak.
L’appel à vivre de Maurice Genevoix van Caroline Puig-Grenetier geeft een beeld van de levensinstelling van Maurice Genevoix. Zij laat onder andere zijn kleinzoon aan het woord.
Met zijn bijzetting in het Panthéon op 11 november 2020 worden alle Franse soldaten die streden in de Eerste Wereldoorlog geëerd. Het is hun stem – die van de poilus – die hij vertolkt in Ceux de 14. Hij legde hun wederwaardigheden en hun lijden vast. (Neath Verdun, het eerste deel van Ceux de 14 is in het Engels digitaal beschikbaar.)
Genevoix was niet voorbestemd om schrijver te worden. Er lag een wetenschappelijke carrière in het verschiet. Als hij niet gewond geraakt was tijdens de oorlog. Genevoix schreef niet alleen Ceux de 14, er is ook een versie van de verhalen van Reinaard de Vos van zijn hand: Le roman de Renard. Men zegt dat hij goed was in het beschrijven van dieren en hun gedrag.
Zoals gezegd: Anselm Kiefer maakte zes permanente installaties voor in het Panthéon, ter ere van Maurice Genevoix, en Pascal Dusapin componeerde In nomine lucis, een stuk dat tot in de poriën van het Panthéon doordringt. Er is ook boek waarin dit alles staat opgetekend. Naar dat boek ben ik nog op zoek.
Leave a Reply