Het is niet de eerste keer dat de etappe van de Tour de France gelinkt kan worden aan de zegetocht van Jeanne d’Arc. Vandaag passeren de renners Saint-Pierre-Le-Moûtier dat in november 1429 door de Maagd van Orléans bevrijd werd. In Personal Recollections of Joan of Arc (1896) van Mark Twain doet Sieur Louis de Contes daar verslag van:
It was like old times, there at Saint-Pierre-le-Moutier, to see her lead assault after assault, be driven back again and again, but always rally and charge anew, all in a blaze of eagerness and delight; till at last the tempest of missiles rained so intolerably thick that old D’Aulon, who was wounded, sounded the retreat (for the King had charged him on his head to let no harm come to Joan); and away everybody rushed after him–as he supposed; but when he turned and looked, there were we of the staff still hammering away; wherefore he rode back and urged her to come, saying she was mad to stay there with only a dozen men. Her eye danced merrily, and she turned upon him crying out: “A dozen men! name of God, I have fifty-thousand, and will never budge till this place is taken!
“Sound the charge!”
Which he did, and over the walls we went, and the fortress was ours. Old D’Aulon thought her mind was wandering; but all she meant was, that she felt the might of fifty thousand men surging in her heart. It was a fanciful expression; but, to my thinking, truer word was never said.
Sineur Louis de Conte was er zelf bij. Behalve dan dat hij nooit heeft bestaan. Mark Twain – pseudoniem van Samuel Langhorne Clemens, let op de initialen – baseert zich op feiten, en ook veel van de namen die hij opvoert speelden een rol in het leven dat Jeanne d’Arc leidde en de strijd die zij in het belang van Frankrijk voerde.
De in het bovenstaande fragment uit Personal Recollections of Joan of Arc genoemde D’Aulon bijvoorbeeld was de schilddrager van Jeanne d’Arc. Hij maakt als zichzelf zijn opwachting in Jeanne d’Arc: een waargebeurd verhaal van Edward de Maesschalck. De Maesschalcks boek is een feitelijke weergave van de geschiedenis. Hij vult zijn eigen reconstructie aan met woorden opgetekend uit de mond van Jeanne, ooggetuigenverslagen en overgedragen kronieken en documenten. Dat werkt heel goed. Het geeft het boek de dynamiek van gedegen journalistieke verhalen.
Als het over het innemen van Saint-Pierre-Le-Moûtier gaat, schrijft De Maesschalck:
Haar schilddrager Jean d’Aulon, heeft later getuigd over deze gebeurtenis en het werd een van de meest merkwaardige verhalen uit haar rusteloze leven. Als Jeanne aan de slag ging, leefde ze duidelijk in een roes en zag ze visioenen, maar aldus wist ze wel de manschappen in vervoering te brengen’,
waarna hij Jean d’Aulon citeert:
Nadat Jeanne met de troepen een tijdlang het beleg had volgehouden, besloot men over te gaan tot de aanval. Maar men slaagde er niet in de stad in te nemen. De verdedigers van de stad zaten immers stevig verschanst, hadden goede bewapening en vochten dapper. De Fransen trokken zich daarom terug. Ik was op dat ogenblik gekwetst aan de hiel door een pijl en wel zo dat ik niet zonder krukken kon gaan of staan. Ik bemerkte dat na de aftocht, de Maagd was achtergebleven samen met enkele mannen van haar compagnie en een paar anderen. Ik vreesde voor hen kwade gevolgen, steeg daarom dadelijk te paard en reed naar haar toe.
Ik vroeg haar wat ze daar zo alleen uitvoerde en waarom ze niet vertrok zoals de anderen. Ze lichtte toen haar helm af en antwoordde dat ze niet alleen was. Ze zei hem dat er nog wel vijftigduizend van haar volk daar bij haar waren en dat ze niet zouden vertrekken vooraleer de stad werd ingenomen. Ik verklaar stellig dat ze op dat ogenblik slechts vier of vijf manschappen bij zich had. Dat weet ik heel zeker en meer anderen hebben het gezien, zo goed als ik. En daarom drong ik er nogmaals op aan dat ze zich samen met de anderen zou terugtrekken. Zij echter vroeg dat men takkenbossen en mutsaards zou aanvoeren om zo de stadsgracht te kunnen dempen en de stad te benaderen. Nadat ze dit had gezegd, begon ze heel hard te roepen: ‘Iedereen gereed met mutsaards en takhout om de brug te slaan!’ Dat bevel werd onmiddellijk uitgevoerd. Daarover was ik hoogst verbaasd, want meteen werd de stad ingenomen, zonder dat men dit keer al te sterke afweer moest overwinnen.
waarna De Maesschalck vervolgt:
Toen de stad werd ingenomen, was voor Jeanne het werk nog niet klaar, want telkens weer moest ze daarna haar strijdmakkers verbieden de kerk te plunderen. Dat was ook het geval in Saint-Pierre-Le-Moûtier, zoals we vernemen uit de getuigenis van Réginald Thierry, later chirurgijn van de koning.
En die Réginald Thierry verklaart het volgende:
Ik was er getuige van tijdens het beleg van Saint-Pierre-le-Moûtier. Toen de stad werd ingenomen, maakten de strijdlieden zich klaar om de kerk te plunderen en de gewijde vaten en andere kostbare voorwerpen te ontvreemden, maar Jeanne verzette zich daartegen met mannelijke energie, en door haar verbod slaagde ze erin dat niemand iets aanraakte.
Aan de historische feiten – Mark Twain las zich uitgebreid – voegde hij fictie toe. Hij kroop in hoofden van. En was zelf uitermate tevreden over het resultaat:
I like the Joan of Arc best of all my books; & it is the best; I know it perfectly well. And besides, it furnished me seven times the pleasure afforded me by any of the others: 12 years of preparation and two years of writing. The others needed no preparation, & got none.
Bernard J. Dobsk opent er zijn uitgebreide artikel over Personal Recollections of Joan of Arc mee.
Toegift:
Bewegend beeld, misschien wel het enige dat er van Mark Twain bewaard gebleven is:
Leave a Reply