Over etappeplaats Soultz-Haut-Rhin zegt de Tourorganisatie: ‘Voordat je het weet wordt je meegesleept door verhalen over de illustere figuren die hier ooit woonden, zoals Georges-Charles de Heeckeren d’Anthès. Zin kasteel kan tot op de dag van vandaag nog bewonderd worden. Hij bestreed de Russische dichter Poesjkin in een duel dat de laatste fataal werd.’
Nooit geweten dat het een Van Heeckeren was die verantwoordelijk was voor de dood van Aleksandr Poesjkin. Al was Georges-Charles baron de Heeckeren d’Anthès geen geboren Van Heeckeren. Hij was zelf al van adel genoeg toen hij in 1836, inmiddels 24 jaar oud, door de kinderloze Jacob van Heeckeren – buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister van Nederland in Rusland – werd geadopteerd. De vader van Georges-Charles en koning Willem I gaven toestemming voor de adoptie.
Het duel dat Aleksandr Poesjkin het leven kost, vindt een jaar later plaats. Aanleiding: een (vermeende) affaire tussen Georges- Charles baron van Heeckeren d’Anthès en Natalja Nikolajevna Gontsjarova, de vrouw van Poesjkin. Maar daarmee is lang niet alles gezegd. Hoe het min of meer precies zat, doet Wim Coster uit de doeken De man die Poesjkin doodde – een stuk in twee delen in de Vrij Nederland van 14 februari 1987: I en II.
Vijftig jaar eerder was er een stuk minder duidelijk over de aanleiding en gang van zaken. Las ik in de Maasbode van 5 maart 1937:

Ondertussen zou je bijna vergeten dat Aleksandr Poesjkin als schrijver meer dan eens over duelleren schreef. Hij deed dat in Jevgeni Onegin, maar ook in Het schot:
Bij het ochtendgrauwen stond ik samen met mijn drie secondanten op de afgesproken plek mijn vijand ongedurig op te wachten. Het was volop voorjaar en toen de zon opkwam werd het al gauw heel warm. Ik zag hem van verre aankomen, te voet, zijn sabel over zijn schouder als kapstok voor zijn uniformjas, en begeleid door één enkele secondant. Wij liepen hem tegemoet. Hij hield zijn pet in zijn hand, er zaten kersen in. De secondanten maten de overeengekomen twaalf pas af. Ik zou het eerste schot krijgen maar had mezelf absoluut niet onder controle, zo kwaad was ik. Als mijn hand me maar niet zou verraden! Om mezelf de gelegenheid te geven te kalmeren bood ik aan dat hij als eerste mocht schieten. Maar hij ging niet akkoord. In plaats daarvan heten we het lot beslissen. Natuurlijk trok hij nummer één, hij had nou eenmaal altijd en eeuwig geluk. Hij richtte en schoot door mijn pet. Nu was het mijn beurt. Zijn leven lag in mijn hand. Ik verslond hem met mijn ogen, want ik wilde zeker weten dat hij zich zorgen maakte. Maar hij gaf geen krimp, ook toen mijn pistool op hem gericht was bleef hij kersen eten. Hij koos telkens de lekkerste uit en spuwde de pitten mijn kant uit. Zijn onbewogenheid maakte me woest. Wat heb ik eraan hem van het leven te beroven als hij aan dat leven geen enkele waarde hecht, dacht ik. Er kwam een boosaardig plan bij me op. Ik liet mijn pistool zakken. “Uw hoofd staat kennelijk niet naar de dood,” zei ik tegen hem. “Het belieft u te ontbijten en ik wil u daarbij niet storen.” “U stoort me in het geheel niet,” meende hij, “dus schiet u maar rustig. Hoewel, u mag het ook later komen doen, ik sta te allen tijde tot uw beschikking.” Ik draaide me om naar mijn secondanten en deelde hun mee dat ik die dag niet zou schieten. Daarmee was het duel afgelopen.
(vertaling: Hans Boland)
Leave a Reply