Uitkijken over het meer van Genève, dat kan vandaag tijdens de Tour, maar dat kon ook al in 1816 toen een illuster gezelschap zich terugtrok in Villa Diodati. Behalve dan dat de uitbarsting van een vulkaan ver weg, een jaar eerder – de Tambora op het eiland Soembawa – zorgde voor een verre van zonnige zomer. De schrijvende leden van het gezelschap – Percy Bysshe Shelley, Mary Shelley, Lord Byron en John Williams Polidori – lieten zich uitdagen door Lord Byron, de man die als enige vermeld wordt op een herdenkingsplaquette op een van de bijgebouwen van Villa Diodati, om een spookverhaal te schrijven.
Of het hun talent, het huis of toch de omstandigheden waren, de schrijfsessies leverde literatuur op. Het was uiteindelijk Mary Shelley die er het best in slaagde om te voldoen aan de opdracht om een spookverhaal te schrijven. Met haar Frankenstein is ze de grondlegster van een genre. En het verhaal dat ze vertelt is nog altijd actueel, want je kunt Frankenstein lezen als een vroege kritiek op de mens die van alles kan – zelfs een levend wezen creëren, maar zich onvoldoende bewust is van de gevolgen van de gevolgen van zijn daden – in dit geval het ongeluk van het door Victor Frankenstein geschapen wezen dat ten onrechte als monster wordt betiteld. Hij weet zich vooral geen houding te geven in de wereld waarin hij beland is, en ontspoort.
Lord Byron zelf schreef er ook. Hij werkte er aan Childe Harold’s Pilgrimage, schreef het gedicht Darkness en ook hij waagde zich aan een vampierverhaal, maar dat is onvoltooid gebleven. Hij noemde het A Fragment of a Novel.
Villa Diodati was eigendom van de familie Diodati. Een van de leden van die familie – Giovanni Diodati – was priester, theoloog en vertaler. Hij vertaalde de Bijbel in het Italiaans. Zou hij iets gevonden hebben van de duistere dingen die er geschreven werden (en het liederlijke gedrag van het gezelschap)?
Dat gezelschap maakt overigens zijn opwachting in Villa Diodati, een kameropera van Mira J. Spektor.
Leave a Reply