In zijn stuk over de brieven van Proust – verschenen in 1932 in De Gids – noemt Jan Greshoff al in een van de eerste zinnen Jean Prévost:
Toevallig bladerende in een nummer van het maandschrift ‘La Revue des Vivants’, werd ik plotseling getroffen door een zinsnede van de jonge schrijver Jean Prévost, die de aandacht op zich vestigde met eenige niet onbelangrijke romans en essays. Daarin las ik, met die onvergelijkelijke vreugde, welke wij altijd weervinden als wij iets ontdekken, dat ons uit het hart gegrepen is: ‘J’aime beaucoup ce qu’écrit Roger Martin du Gard, et pourtant je n’aime pas sa manière d’écrire. Il faut sortir ici un peu de la critique, et dire que dans tout ce que Martin du Gard improvise: conversations, lettres, petits billets, on trouve une fraîcheur, un charme, un jaillissement d’invention, tout autres que dans ses livres imprimés. Le style clair et solide des Thibault, cette nécessité absolue de chaque détail à sa place, cette vigueur dépouillée, tout cela s’obtient en cachant l’homme, en dénuant son style de presque tout ce qu’il avait d’humain.’
Prévost, geboren in 1901, staat de boek als schrijver, maar behalve dat hij zelf schreef – toen hij in 1944 door de Duitsers werd vermoord had hij al dertig boeken gepubliceerd – was hij ook een pleitbezorger voor andere auteurs. Hij schreef over Stendhal en Baudelaire en als redacteur van diverse tijdschriften introduceerde hij Amerikaanse schrijvers – waaronder Walt Whitman, William Carlos Williams and e e cummings – in Frankrijk, en publiceerde hij Antoine de Saint- Exupéry voor het eerst.
Debuteren doet hij met Journée du pugiliste, een verhaal waarin hij een dag uit het leven van een bokser beschrijft. Maar net zoals Plaisirs des sports: essais sur le corps humain (1925)– waarin het verhaal uiteindelijk opgenomen wordt – niet alleen maar letterlijk over sport gaat, maar ook over de betekenis van sport – topsport en sport als vrijetijdsbesteding – gaat het in Journée du pugiliste over meer dan alleen hoe een bokser zijn dagen indeelt.
Behalve schrijver was Jean Prévost ook verzetsstrijder. Zich verzetten deed hij onder de naam Captaine Goderville, en in gezelschap van onder andere Louis Aragon en zijn vrouw Else Triolet, en – als we zijn biograaf Jérôme Garcin mogen geloven – met ‘a gun in his hand and a knife in his pocket and, in his backpack, the unfinished manuscript of his Baudelaire together with a portable typewriter.’
Dat boek over Baudelaire – Baudelaire: essai sur la création et l’inspiration poétiques – verscheen postuum in 1953.
Leave a Reply