HANTA

Literatuur en meer

  • Home
  • Over Hanta
  • Contact
  • Privacy statement
  • Columns
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Blog
  • Meer
    • Liliane leest
    • Kettinglezen & rijgschrijven
    • Mediamoment
    • Sportzomers en -winters!
    • Zomergasten
    • Thuisblijfreizen
    • Bouke’s blues
    • Proza
    • Poëzie
You are here: Home / blog / De Tour 2026. Etappe 19: Paul Fleming, Anne Vegter, Jan Eijkelboom en Remco Campert

De Tour 2026. Etappe 19: Paul Fleming, Anne Vegter, Jan Eijkelboom en Remco Campert

24/07/2026 by Liliane Waanders Leave a Comment

Het zijn er 21. Ze slingeren als haarspelden over de berg, de bochten. De berg is al vaak bezongen, maar bestaan er eigenlijk ook gedichten over haarspelden. Ja dus. De Duitse dichter Paul Fleming (1609-1640) schreef er twee:

‘Aus eben selbigem. Auf die güldene Haarnadel’

Du güldne Nadel du, noch güldener als Gold,
die du der Liebsten fielst aus ihren güldnen Haaren,
ach weine nicht zu sehr, daß dir diß widerfahren,
daß du ihr schönes Haupt, als ich wol selbsten wolt’,
hinfort nicht zieren wirst! Erhole deinen Mut!
Dich hat kein loser Dieb bei schwarzer Nacht genommen,
du bist viel weniger in Räuber Hände kommen:
dir war ein junges Blut von ganzem Herzen gut.
Denn als er suchte Luft in heißen Liebespressen,
er sahs und hub dich auf. Kupido lachte dessen
und sprach: Nun darf ich fort gar keiner Pfeile mehr.
Der, der die Nadel nahm, wird sich ihm selbst berücken
und sein forthin ein Raub. Wenn er nur wird erblicken
den Raub, den falschen Raub, wird er sich stechen sehr.

en:

‘Auf die güldene Haarnadel’

Daß du ihr güldnes Haar noch güldner denkst zu machen,
du zwar auch reines Gold, eracht’ ich Nichts zu sein,
du, bleiche, borgst von ihr selbst deinen schwachen Schein.
Was unterfängst du dich so einer hohen Sachen?
Verwegne, mache nicht, daß man dich aus muß lachen,
leg deinen Hochmut hin und bilde dir nicht ein!
auch Titan hält sein Gold für ihrem nicht für rein’.
Er schämt sich aufzustehn, wenn er sie schon sieht wachen.
Vergnüge dich an dem, daß sie dich würdig schätzt,
und aus geheimer Gunst dich in die Zöpfe setzt.
Von dannen schau dich um, als einem hohen Zimmer.
Erblickest du denn mich, so denke deiner Ehr’
und meiner Nichtigkeit, als der ich nimmermehr
darf küssen diesen Ort, den du doch tritest immer.

En in het gedicht ‘De bloemkool’ van Anne Vegter zit er ook een:

Hersens, dacht ik bij de bloemkool.
Doormidden? vroeg de groenteboer.

En met het in mijn ogen wonder in een zak wist ik
buiten niet precies meer wie ik was en waar ik woonde.

Ik keek goed uit mijn ogen hoe ik
verdraaid goed uit mijn ogen keek

en liep op het geluk af naar een straatnaam die
in spiegelbeeld geschreven was? en die ik niet ontcijferde.

Mijn halve bloemkool, Lucky Strike, haarspelden
en tomatenketchup zakten door de bodem der te oude zak

maar rolden gelukkig niet weg.
Ik bleef herhaaldelijk vergeten waar ik was.

De groentebediende werd erop afgestuurd.
Wat een vriendelijk gebeuren!

Juffrouw Vegter? Van de Voorschoterlaan?

Ik had wat hoofdpijn en wilde liever even liggen als dat kon.
Zij raapten allerlei op, wat ik weer heel vriendelijk vond.

En zij kende mij dus al.
Nogmaals:

het was alsof zij mijn hersens droeg, maar het scheen
ondankbaar dit aan haar te zeggen.

Maar ook in het slotdeel van het tweeluik ‘Renovatie’ van Jan Eijkelboom:

Tussen de planken van de vloer
is naamloos vuil tot vilt verdicht
en altijd blijft er stof over
al wordt het reep voor reep gelicht.

Wat onder plinten wordt gehaald
brengt men wel thuis: een sleutelbos,
een cent, twee halfjes, zeven knopen,
haarspelden lijkt het wel per gros.

Vrouwen met vrachten donker haar
zie ik hier voor de spiegel staan
want eer ze naar beneden gaan
moet heel die weelde opgestoken.

Ik schuur de planken, deel na deel,
en verf de vloer kanariegeel.

Remco Campert schreef het gedicht ‘Sigaretten, koffie, bed…’ waarin de haarspeld ook al geen hoofdrol vertolkt:

Sigaretten
meer heb ik niet nodig
maar liever geen eenzaamheid
als een leeg huis in de winter
maar dat zeggen allen
de mensen
vermoeid van hun eigen schoonheid
die ze rondrijden in auto’s
neerzetten in stoelen
voor ieder te kijk
in het openluchtmuseum van de aarde.

Koffie
zwart als verbrande suiker
maar niet zoet
zoals ook de eenzaamheid nooit zoet is
maar zwaar als zand in een schoen
en zwart als een dode kraai
wreed als azijn
waar dagelijks een keukenmeid aan sterft
en dor als de oude krant
waarin een schoonheidskoningin
grijnzend vergeelt.

Bed
maar liever niet alleen
tragisch als een rafel
tussen zich afwendende muren
als pluizen een sok een haarspeld
maanden onder het bed vergeten
als afgeknipte nagels gebroken touw lint
triest droog lint van mijn schrijfmachine
liever niet alleen mijn mondige
beminde door mij bemande minnend

De haarspeld staat in de literatuur voor van alles. Voor romantiek en liefde. Voor vergeten en vergetelheid. Voor geheimen en het verborgene… Anders dan de bochten die haar naam leenden, is een haarspeld geen lang leven beschoren.

Misschien ook interessant:

  1. De Tour 2026. Etappe 20: Pieter Kok en Jana Beranová
  2. De Tour 2026. Etappe 2: Guillem de Ribes, Driek van Wissen, Remco Campert en Lucie Broedelet
  3. ‘Dopen’
  4. Denken per vélo

Filed Under: blog, Sport Tagged With: Alpe d'Huez, Anne Vegter, De bloemkool, Jan Eijkelboom, Jana Beranová, Paul Fleming, Pieter Kok, Remco Campert, renovatie, Tour de France, vertrek

Leave a Reply Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Zoeken

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Nieuwste berichten

  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (2/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (1/4)
  • De Tour 2026. Etappe 21: Marguerite Duras
  • De Tour 2026. Etappe 20: Pieter Kok en Jana Beranová

Spotlight

Auteurs

  • Liliane Waanders

Meest gelezen deze week

Tags

Abdelkader Benali Adriaan van Dis Arnon Grunberg beeldende kunst boek boeken boekenweek Cees Nooteboom column De wereld draait door dood dwdd film fotografie gedicht Ilja Leonard Pfeijffer Jan Brokken journalistiek K.Schippers kunst lezen literatuur Louise O. Fresco Marguerite Duras Oek de Jong Olympische Spelen Poetry International poëzie recensie roman Rotterdam schrijven sportzomer sportzomer 2012 sportzomer 2013 sportzomer 2014 stoïcijn tennissen Tour de France vertalen Virginia Woolf voetballen wielrennen William Shakespeare zomergasten

Zoeken

Volg Hanta

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Hoofdmenu

  • Home
  • Over Hanta
  • Columns en beschouwingen
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Meer
  • Contact
  • Privacy statement

Rubrieken

  • Liliane leest
  • Kettinglezen & rijgschrijven
  • Mediamoment
  • Sportzomers en -winters!
  • Zomergasten
  • Thuisblijfreizen
  • Bouke’s blues
  • Proza
  • Poëzie

Net binnen

  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (2/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (1/4)

Archief

Auteurs

  • Liliane Waanders

Copyright © 2026 · News Pro Theme on Genesis Framework · WordPress · Log in

Hanta gebruikt cookies. Omdat een blog runnen zonder nou eenmaal niet kan. Wilt u geen cookies, zie dan de instructies hier: Meer over cookies Ok, ik snap het
Privacy & Cookies
Necessary Always Enabled