Gisteren ging het over de haarspeld(bochten). Vandaag gaan ze die berg nog een keer op en keren we terug naar de koers. Pieter Kok schreef een gedicht over dat simpelweg ‘Alpe d’Huez’ heet bijna alle elementen bevat van wat de renners er vandaag zullen ervaren:
De zon stort zich uit
over het peloton van gehelmde dromen
dat in wandelgang door het dal gaat.
Het geel schittert.
Het groen juicht
en de bolletjes maken zich op.
De beklimming staat
als een gordijn van vermoeidheid
voor de rennersogen
maar de eindstreep belooft
verlichtende kussen van rondemissen
op de ingevallen wangen.
Geen haarspeld te bekennen. En ook de rondemister ontbreekt.
Zoomen we nog iets verder uit, dan komt de hele bergketen in beeld. Daar situeert Jana Beranová haar gedicht ‘Vertrek’:
De dood is oranje net als de zon.
Dood spoor van binnen
verbrandde zijn huis
zoals vroeger de zon in Zuid-Frankrijk.
Daar, hoog in de Alpen,
waar Hannibal ooit met zijn troepen trok,
voerde hij vlinders dronken met suikerwijn.
Wat hebben wij toen alle drie gelachen.
Nu, hoog in de kussens,
kleeft het leven alleen nog aan zijn brein.
Zijn lichaam gelooft hij niet.
De dood heeft hem al bijna gedoofd,
zijn sleutel is op slot.
Ik klim als een Mohammed
3 x daags over het balkon
naar mijn berg.
De zevende dag zei hij verbaasd:
“Eindelijk dat je d’r bent!”
En hij lachte
op de rand van zijn bedgraf
beide benen in één broekspijp.
Ik lees er veel in, en met een beetje fantasie ook het afzien van de renners vandaag.
Parijs is na vandaag minder ver, en drie keer de Butte de Montmartre op een eitje. Honderddertig meter, wat is dat vergelijken bij de al afgelegde hoogtemeters. Vergeleken bij de Alpe d’Huez.
Leave a Reply