HANTA

Literatuur en meer

  • Home
  • Over Hanta
  • Contact
  • Privacy statement
  • Columns
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Blog
  • Meer
    • Liliane leest
    • Kettinglezen & rijgschrijven
    • Mediamoment
    • Sportzomers en -winters!
    • Zomergasten
    • Thuisblijfreizen
    • Bouke’s blues
    • Proza
    • Poëzie
You are here: Home / blog / ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (2/4)

‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (2/4)

14/08/2026 by Liliane Waanders Leave a Comment


Het hotel: literaire microkosmos

De eerste verklaring voor de prominente plek van het hotel in de literatuur heeft dus alles te maken met het feit dat veel schrijvers regelmatige hotelgasten zijn en dankbaar gebruik maken van eigen en andermans ervaringen. Vluchtige ontmoetingen en terloopse observaties laten zich relatief eenvoudig omzetten in fictie.
Maar het hotel als gebouw en het hotel als bedrijf bieden literair perspectief.

Wat een hotel literair aantrekkelijk maakt, is dat er – net als in een kuuroord en een appartementencomplex – op een relatief kleine ruimte een groot aantal mensen in allerlei rollen en functies samenkomen. Ondanks een duidelijke plattegrond en een minstens even overzichtelijke organisatiestructuur, blijken de grenzen tussen wat privé, persoonlijk en publiek is in de praktijk behoorlijk fluïde. En daar maken schrijvers van verschillende literaire genres dankbaar gebruik van.

Behalve de relaties die er binnen deze microkosmos ontstaan, moet het hotel – het gebouw, de gasten en het personeel – zich ook verhouden tot de directe omgeving. De omgeving, daaronder vallen: het (dichtbijzijndste) dorp, de lokale gemeenschap, het landschap en het in cultuur gebrachte terrein dat grenst aan het grondgebied van het hotel. De (on)mogelijkheid om die buitenruimte vrij te betreden, is een terugkerende motief in hotelromans.

Het hotel als tussenruimte

‘Dit hotel heeft iets dat me boeit en dat me in verwarring brengt. Ik kan niet zeggen waarom. Ik doe ook geen moeite om erachter te komen. Volgens sommigen gaat het misschien om verlangens van jaren geleden, dromen uit mijn kinderjaren.’

(vertaling: Herman Groenewegen)

Dat zegt een van de personages in Vernietigen, zegt zij van Marguerite Duras. De roman speelt zich af in een hotel dat wel iets wegheeft van een rusthuis. Op het ritme van het hotelleven, bewegen de vier personages met typische Duras-namen – Elisabeth Alione, Alissa, Max Thor en Stein – zich in de publieke binnen- en buitenruimten. Want de tennisbaan, het park en het bos zijn minstens zo belangrijk als de lobby, de eetzaal en het terras.
Het betreden van het bos vergt moed. Parken en bossen hebben bij Marguerite Duras bijna altijd iets onheilspellends.
Vernietigen, zegt zij is een broeierig verhaal, waarin de grote geschiedenis – de Tweede Wereldoorlog en de studentenrevolte in 1968 die ingrijpende maatschappelijke veranderingen inluidde – schuilgaat achter het relatief kleine leed van de personages.

Net als Elisabeth Alione uit Vernietigen, zegt zij van Marguerite Duras heeft Martha uit Omdat Venus op de dag dat ik geboren werd een alpenviooltje passeerde van Mona Høvring een broze geestelijke gezondheid. Samen met haar zus reist ze na behandeld te zijn in een sanatorium af naar een hotel in de bergen om verder aan te sterken.
Omdat Venus op de dag dat ik geboren werd een alpenviooltje passeerde wordt verteld door de zus, die op papier gezond is, maar in de praktijk ook  wankel in het leven staat. Beide zussen zijn niet in staat verleidingen te weerstaan.
Mona Høvring maakt in haar kleine roman gebruik van alle opties die het hotel biedt: het gebouw, het personeel en de directe omgeving spelen allemaal een rol van betekenis.

Het hotel als dekmantel

Een hotel leent zich uitermate goed voor misdaadromans, detectives en verhalen waarin het onheilspellende de overhand moet krijgen.
Natuurlijk heeft ook Agatha Christie meer dan eens een roman geschreven waarin een hotel plaats delict is.
Vandaar dat de lezer van In Hotel Bertram van begin af aan alert is op aanwijzingen over mogelijke daders van een nog te plegen moord. Hotel Bertram is een outstanding old-fashioned Londens hotel dat relatief veel rijke klanten trekt, die ook nog eens heel regelmatig terugkomen. Dat laatste blijkt een essentiële aanwijzing te zijn. Hotel Bertram blijkt door de eigenaar gebruikt te worden om grote bedragen wit te wassen, en de rijke hotelgasten spelen daarbij een belangrijke rol.

De afgelegen Jamaica Inn uit de gelijknamige roman van Daphne du Maurier speelt in een andere tijd een vergelijkbare rol. Als Mary Yellan na de dood van haar moeder verhuist naar de herberg van haar tante en oom, is ze verbaasd over de clientèle. Ze negeert de instructies om zich afzijdig te houden, en realiseert zich al vrij snel na haar aankomst dat de herberg de overslagplaats is van goederen die smokkelaars buitmaken door schepen op de kliffen te laten lopen.
Het duurt echter even voor Mary Yellan in de gaten heeft hoe de bende georganiseerd is en wie de grootste schurk is.

 

Dit stuk over hotels in de literatuur schreef ik vier jaar geleden schreef ik voor het papieren tijdschrift REALmag. Voor Hanta heb ik het in vier delen opgeknipt.

Hier deel 1.
Hier deel 3.
Hier deel 4.

Misschien ook interessant:

  1. ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)
  2. ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (4/4)
  3. Met Marguerite Duras aan zee
  4. Wat doet die man in die gang?

Filed Under: Beschouwingen, blog Tagged With: Agatha Christie, Daphne du Maurier, hotels in de literatuur, In Hotel Bertram, Jamaica Inn, Marguerite Duras, Mona Høvring, Omdat Venus op de dag dat ik geboren werd een alpenviooltje passeerde, Vernietigen zegt zij

Leave a Reply Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Zoeken

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Nieuwste berichten

  • In Watou is Woutje weggestemd
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (4/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (2/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (1/4)

Spotlight

Auteurs

  • Liliane Waanders

Meest gelezen deze week

Tags

Abdelkader Benali Adriaan van Dis Arnon Grunberg beeldende kunst boek boeken boekenweek Cees Nooteboom column De wereld draait door dood dwdd film fotografie gedicht Ilja Leonard Pfeijffer Jan Brokken journalistiek K.Schippers kunst lezen literatuur Louise O. Fresco Marguerite Duras Oek de Jong Olympische Spelen Poetry International poëzie recensie roman Rotterdam schrijven sportzomer sportzomer 2012 sportzomer 2013 sportzomer 2014 stoïcijn tennissen Tour de France vertalen Virginia Woolf voetballen wielrennen William Shakespeare zomergasten

Zoeken

Volg Hanta

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Hoofdmenu

  • Home
  • Over Hanta
  • Columns en beschouwingen
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Meer
  • Contact
  • Privacy statement

Rubrieken

  • Liliane leest
  • Kettinglezen & rijgschrijven
  • Mediamoment
  • Sportzomers en -winters!
  • Zomergasten
  • Thuisblijfreizen
  • Bouke’s blues
  • Proza
  • Poëzie

Net binnen

  • In Watou is Woutje weggestemd
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (4/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)

Archief

Auteurs

  • Liliane Waanders

Copyright © 2026 · News Pro Theme on Genesis Framework · WordPress · Log in

Hanta gebruikt cookies. Omdat een blog runnen zonder nou eenmaal niet kan. Wilt u geen cookies, zie dan de instructies hier: Meer over cookies Ok, ik snap het
Privacy & Cookies
Necessary Always Enabled