HANTA

Literatuur en meer

  • Home
  • Over Hanta
  • Contact
  • Privacy statement
  • Columns
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Blog
  • Meer
    • Liliane leest
    • Kettinglezen & rijgschrijven
    • Mediamoment
    • Sportzomers en -winters!
    • Zomergasten
    • Thuisblijfreizen
    • Bouke’s blues
    • Proza
    • Poëzie
You are here: Home / blog / ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)

‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)

15/08/2026 by Liliane Waanders Leave a Comment


Het hotel: een plek waar andere regels gelden

Het hotel kan in de literatuur ook een metaforische rol spelen. Tijdelijkheid en anonimiteit krijgen dan een diepere betekenislaag. Het hotel is de plaats waar het verschil tussen echt en onecht wegvalt en verschillende realiteiten door elkaar heen gaan lopen. En alleen daarom al is het een plek om naar toe te vluchten.
Ook is het hotel een plek waar afgeweken kan worden van de bestaande maatschappelijke orde. Waar een vrouw zich bijvoorbeeld in een hotel vrijer kan bewegen dan daar buiten, is het in het hotel vaak de man die verdwaald en/of verstrikt raakt.

Het hotel als toevluchtsoord

In Night Letters: A Journey through Switzerland and Italy van Robert Dessaix maakt een  min of meer anonieme briefschrijver – hij heet R. en dat is natuurlijk een verwijzing naar de schrijver van deze, niet puur maar wel semi-autobiografische, roman – een metaforische reis. Een reis in de trant van de grand tours die jongelingen vroeger maakten ter voltooiing van hun opvoeding. De briefroman heeft de structuur van Dante’s Goddelijke Komedie en de verhalen buitelen over elkaar heen.
In essentie gaat Night Letters –night letters zijn letterlijk clandestiene brieven – over de eindigheid van het leven. Over verval, stigmatisering en ziekte.
Niet voor niets laat Robert Dessaix R. zijn brieven schrijven in Hotel Arcadia in Venetië. En het is niet vergezocht om in Professor Eschenbaum, een belangrijke verteller in Night Letters, een geestverwant te zien van Gustav von Aschenbach uit Der Tod in Venedig van Thomas Mann.

Schrijver/scenarist Walter Manning, het personage waarom het in Hôtel du Nord van Remco Campert draait, reist linea recta door van het Berlijnse filmfestival naar een hotel in het noorden van Frankrijk. Hij wil verloren raken, een vreemdeling worden. Verlost worden van het leven dat bezit van hem heeft genomen.
Het hotel en de directe omgeving helpen hem orde op zaken te stellen, zodat hij tegen de tijd dat een journalist hem op het spoor komt een weloverwogen besluit kan nemen.

Het hotel als wereld in het klein

Met welk doel personen/personages ook hun intrek nemen in een hotel, ze belanden in een omgeving waarin weliswaar eigen wetten gelden, maar die toch min of meer een afspiegeling is van een wereld die zij kennen. Een wereld waarin zij hun strijd voeren, en die zij bewust of onbewust ter discussie stellen.

Edith Hope, schrijfster van romantische boeken, is in de gelijknamige roman van Anita Brookner naar het Hotel du Lac verbannen, omdat haar gedrag voor ophef heeft gezorgd. Het is zowel voor haar als voor haar omgeving een afkoelingsperiode. In het hotel verblijven vooral veel vrouwen. Edith gaat zich juist door de ontmoetingen en gesprekken met hen afvragen of het oordeel dat anderen over haar hebben niet ingegeven is door achterhaalde ideeën over de man-vrouwverhouding.
Daar in het hotel aan het Meer van Genève komt ze tot inzicht. Maar niet het inzicht waar de mensen die zich zorgen maken om haar reputatie als mens en schrijfster op hoopten. Eerder dan gepland verlaat Edith Hope het hotel, meer dan ooit gemotiveerd om het leven op haar manier te leiden en de boeken te schrijven waar zij in gelooft.

De gasten (en het personeel) in Hotel du Lac zijn minder excentriek dan de archetypische personages in Hotel Alfabet – Ábécé, het hotel in de Transsylvanische Alpen waar componist Adriaan Hoorndrager strandt in de roman van Klaas ten Holt. Met Hotel Alfabet schreef Ten Holt een roman die het midden houdt tussen surrealisme en gothic.
In een mum van tijd is Adriaan buitenstaander af en wordt hij onderdeel van de bizarre fantasieën van de gasten en vaste waarden in het hotel. In de binnen- en buitenruimten vragen zij het onmogelijke van hem: er jaagt iemand op zijn zaad, een ander wil dat hij een opera componeert ter ere van haar overleden echtgenoot, de waard nodigt hem uit om een beer te schieten, diens vrouw hoopt op assistentie bij het opzetten van het beest.
Anders dan Edith Hope in Hotel du Lac slaagt Adriaan Hoorndrager er niet in zich te ontworstelen aan de grip van de ander. Geheel in lijn met de aard van de roman moet de lezer zich uiteindelijk echter afvragen of Adriaan het allemaal gedroomd heeft of het zich minstens heeft verbeeld.

Het hotel als ultieme metafoor

Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer is, als het om de link tussen hotels en toerisme gaat, de overtreffende trap van Publieke werken: gaat het Rosenboom nog om dat ene specifieke hotel op de hoek van de Prins Hendrikkade en het Damrak, het ietwat vervallen Grand Hotel Europa weerspiegelt de teloorgang van een continent, dat van haar verleden een unique selling point maakt en het steeds moeilijker heeft het niveau van toeristische attractie te ontstijgen.
Medewerkers en gasten beamen of spreken de visie van de schrijver Ilja tegen, die weet waar hij het over heeft als hij het over massatoerisme heeft. Hij woonde met zijn inmiddels ex-vriendin en voormalige muze Clio eerst in Genua en daarna in Venetië.

Het hotel als eindstation

Dan moeten we het tot slot nog over één ander metaforisch hotel hebben: het hotel als eindstation. Het hotel ‘waar mensen zelfmoord komen plegen’, zoals Kristien Hemmerechts het omschrijft in Hotel Terminus (2003). Het hotel in deze kleine raamvertelling is van lieverlede een zelfmoordhotel geworden. De uitbater heeft het nooit als zodanig bedoeld, maar voor de schrijfster die in het verhaal het verhaal over het hotel vertelt, was die bestemming van meet af aan duidelijk: ‘Ze weet waarom ze het heeft bedacht. Het leven zou draaglijker zijn indien ergens zo’n hotel  stond. Een plek waar het mocht.’

De bedenker van het Vaarwelhotel in Winter in Gloster Huis (2015) van Vonne van der Meer staat iets vergelijkbaars voor ogen. Hij wil met het geld uit een erfenis een plek creëren waar waardig gestorven kan worden. Op het tijdstip dat de aanstaande dode zelf verkiest. Het zal zijn gasten aan niets ontbreken.
Aan de overkant van het meer investeert zijn broer zijn deel van de erfenis in Gloster Huis, een plek voor spijtoptanten die het Vaarwelhotel verlaten.
De roman van Vonne van der Meer laat zich lezen als een literaire interpretatie van de nog altijd niet gesloten discussie over voltooid leven.

 

Dit stuk over hotels in de literatuur schreef ik vier jaar geleden schreef ik voor het papieren tijdschrift REALmag. Voor Hanta heb ik het in vier delen opgeknipt.

Hier is deel 1.
Hier is deel 2.
Hier is deel 4.

Misschien ook interessant:

  1. Eerste zin: Grand Hotel Europa – Ilja Leonard Pfeijffer
  2. Verhalen voor altijd: boeken die blijven
  3. Toeristen tegemoetkomen: Ilja Leonard Pfeijffer en Selahattin Demirtaş
  4. ‘Het hotel in de literatuur’, volgens ChatGPT en volgens mij

Filed Under: Beschouwingen, blog Tagged With: Anita Brookner, Grand Hotel Europa, Hotel Alfabet, Hotel du Lac, Hôtel du Nord, Hotel Terminus, hotels in de literatuur, Ilja Leonard Pfeijffer, Klaas ten Holt, Kristien Hemmerechts, Night letters, Remco Campert, Robert Dessaix, Vonne van der Meer, Winter in Gloster House

Leave a Reply Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Zoeken

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Nieuwste berichten

  • In Watou is Woutje weggestemd
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (4/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (2/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (1/4)

Spotlight

Auteurs

  • Liliane Waanders

Meest gelezen deze week

Tags

Abdelkader Benali Adriaan van Dis Arnon Grunberg beeldende kunst boek boeken boekenweek Cees Nooteboom column De wereld draait door dood dwdd film fotografie gedicht Ilja Leonard Pfeijffer Jan Brokken journalistiek K.Schippers kunst lezen literatuur Louise O. Fresco Marguerite Duras Oek de Jong Olympische Spelen Poetry International poëzie recensie roman Rotterdam schrijven sportzomer sportzomer 2012 sportzomer 2013 sportzomer 2014 stoïcijn tennissen Tour de France vertalen Virginia Woolf voetballen wielrennen William Shakespeare zomergasten

Zoeken

Volg Hanta

  • Facebook
  • RSS
  • Twitter

Hoofdmenu

  • Home
  • Over Hanta
  • Columns en beschouwingen
  • Recensies
  • Beschouwingen
  • Meer
  • Contact
  • Privacy statement

Rubrieken

  • Liliane leest
  • Kettinglezen & rijgschrijven
  • Mediamoment
  • Sportzomers en -winters!
  • Zomergasten
  • Thuisblijfreizen
  • Bouke’s blues
  • Proza
  • Poëzie

Net binnen

  • In Watou is Woutje weggestemd
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (4/4)
  • ‘Mijn toevluchtsoord wordt mijn woning’: het hotel in de literatuur (3/4)

Archief

Auteurs

  • Liliane Waanders

Copyright © 2026 · News Pro Theme on Genesis Framework · WordPress · Log in

Hanta gebruikt cookies. Omdat een blog runnen zonder nou eenmaal niet kan. Wilt u geen cookies, zie dan de instructies hier: Meer over cookies Ok, ik snap het
Privacy & Cookies
Necessary Always Enabled